Stedendriehoek online magazine wordt geladen

Dit magazine is het best te bekijken in Internet explorer 9 of hoger, Firefox, Safari of Chrome

Edities

  • Stedendriehoek
    Nummer 1
  • Stedendriehoek
    Nummer 2
  • Stedendriehoek
    Nummer 3
  • Stedendriehoek
    Nummer 4
  • Stedendriehoek
    Nummer 5
  • Stedendriehoek
    Nummer 6
  • Stedendriehoek
    Nummer 7
  • Stedendriehoek
    Nummer 8
  • Stedendriehoek
    Nummer 9
  • Stedendriehoek
    Nummer 10
  • Stedendriehoek
    Nummer 11
eerstE JAARGANG NR. 3 december 2014

> Stedendriehoek wint
Eo Wijersprijsvraag!

Omgevingsagenda klaar (concept)

Raadsleden en de regio

Ontwikkelagenda: bereikbaar Deventer

Stedendriehoek Index: regio in cijfers

Mbo'ers leren op Teuge

Werken voor de regio bezoekt Epe

Vrijkomende erven: wat kan?

EU-lobby begint thuis

Stedendriehoek wint Eo Wijers-prijsvraag!

De Stedendriehoek won afgelopen september de selectie van de prijsvraag-regio’s voor de Eo Wijers-prijsvraag.
Een mooie impuls voor de (ruimtelijke) uitvoering van de Routekaart voor een energieneutrale regio in 2030!

De energietransitie als kans voor ruimtelijke ontwikkeling? Jazeker. Als het aan de regio ligt, wel. Hoe creëer je bijvoorbeeld een nieuw landschap met energie-opwekkers zoals windmolens en zonne-panelen? Met dit soort vragen gaan deelnemers aan de Eo Wijers-prijsvraag aan de slag voor de Stedendriehoek. De opbrengst is hopelijk een “grand dessert” aan plannen en ideeën. 

Sinds november staat ‘ie online: de Eo Wijersprijsvraag 2014. Tot 20 januari 2015 kan iedereen - van individu tot adviesbureau – zich inschrijven om mee te doen. De uitdaging is antwoord geven op de vraag: hoe pas je energiezuinige maatregelen landschappelijk in? In september 2015 wordt dan het winnende idee, plan of ontwerp gekozen, tijdens een Eo Wijers-manifestatie in de Stedendriehoek.

Linda Sprikkelman

Linda Sprikkelman van de gemeente Brummen is ambtelijk trekker namens de regio en zij bereidde de prijsvraag samen met het kernteam van de regio inhoudelijk voor. Beleidsadviseur strategie Pieter van der Ploeg is vanuit Alliander betrokken. Dit netwerkbedrijf was grondlegger van de Routekaart voor een energieneutrale Stedendriehoek in 2030, samen met de provincies Gelderland en Overijssel en regio Stedendriehoek. De Routekaart was mede de basis voor de Eo Wijers-prijsvraag.

Inzendingen gebundeld

Alle ingezonden opgaven uit de voorselectie zijn gebundeld. Andere kandidaten waren de regio’s Noord-Holland/Zaanstad/Amsterdam, West-Brabant en Zwolle. Utrecht deed ook mee aan de voorbereidingen. De bundel is een samenvatting van dilemma’s die in verschillende stedelijke regio’s spelen: hoe staat het met het actuele denken over de toekomst van stedelijke vernieuwing?

Lees meer via www.eowijers.nl

“Geweldig dat ons onderwerp is gekozen voor de Eo Wijers-prijsvraag”, vindt Linda Sprikkelman. “De regio ziet dit als ‘vliegwiel’ voor de vertaling van de Routekaart in concrete acties.” 

Volledige transitie

Regio Stedendriehoek won de Eo Wijers-prijsvraag omdat het voorstel ‘heel concreet streeft naar een volledige transitie van duurzame energie in 2030’. Ook het feit dat ‘de regio de energietransitie niet ziet als iets dat moet worden ingepast in het bestaande landschap, maar als een kans ziet voor het vormen van een heel nieuw landschap’, speelde mee, zo valt te lezen in het juryrapport.

Pieter van der Ploeg

Pieter van der Ploeg: “Alliander ziet de Stedendriehoek als pilot, om hier samen met de regio handen en voeten te geven aan die ambitie om energieneutraal te worden. In de Routekaart hebben we inzichtelijk gemaakt welke projecten er allemaal zijn. Ook is benoemd dat energietransitie duidelijk ook een vraagstuk is voor ruimtelijke ontwikkeling. Voor ons als netwerkbedrijf is in dat licht natuurlijk belangrijk: hoe gaan we in de toekomst om met de energie-infrastructuur? Hoe zorg je ervoor dat je de energievraag en het energieaanbod op de meest schone, betrouwbare en betaalbare manier aan elkaar kunt koppelen?”

Kansen voor nieuw landschap

De Routekaart wijst wel de weg naar een energieneutrale regio, maar is geen blauwdruk voor hóe dat dan zou moeten. In het prijsvraagvoorstel schreef de regio wel dat ‘onorthodoxe oplossingen van harte welkom zijn’, zo staat te lezen in het voorstel. En dat is dan ook precies waar zowel Linda Sprikkelman als Pieter van der Ploeg op hopen.

“De prijsvraag kan voor de dynamiek zorgen die nodig is om na het verschijnen van de Routekaart vérder te gaan”, denkt Van der Ploeg. “In elk collegeakkoord in de samenwerkende gemeenten kom je de Routekaart, duurzaamheid en energietransitie wel tegen”, zegt Sprikkelman, “maar er moeten nu ook vervolgstappen komen.” Uiteraard is met de keuze voor Cleantech ook een stap gezet, maar de Eo Wijers-prijsvraag kan mede zorgen voor de in de Routekaart genoemde ‘versnelling’, hopen Sprikkelman en Van der Ploeg.

Routekaart

De Routekaart beschrijft de Transitieopgave voor de Stedendriehoek en de versnellingsroute om in 2030 energieneutraal te zijn. De Routekaart biedt vier Transitiepaden voor versnelling van verduurzaming en benadrukt dat forse stappen nodig zijn om de ambitie waar te maken. De regio moet op zoek naar meer ‘massa’ en grotere stappen zetten.

Er zijn vier Transitiepaden uitgezet:

1 ondernemende regio: iedere energieverbruiker gebruikt zoveel mogelijk zelf opgewekte, duurzame energie

2 energieleverende gebouwde omgeving: woningbouw, bedrijfspanden en industriegebieden worden energieproducten

3 landelijk gebied als voedsel- en energieproducent (mits goed ingepast in het waardevolle landschap)

4 duurzaam vervoer: duurzame productie van brandstoffen, technologische verbeteringen en verandering van vervoer (bijvoorbeeld van vrachtwagen naar trein of schip)

De Routekaart schetst voor elk Transitiepad het eindbeeld in 2030, benoemt doelen en kerngroepen en noodzakelijke activiteiten en bestaande initiatieven die uitgebreid kunnen worden.

De Routekaart vind je op www.regiostedendriehoek.nl

Leren van alle plannen

Natuurlijk: uiteindelijk wordt uit alle inzendingen de winnaar gekozen. “Wij kunnen waarschijnlijk met álle plannen wel ons voordeel doen”, denkt Linda Sprikkelman. “De regio krijgt met alle inzendingen een grand dessert aangeleverd”, vult Van der Ploeg aan. De prijswinnaar krijgt de opdracht om het winnende idee verder uit te werken voor de regio, compleet met een haalbaarheidsstudie. Bij de energietransitie komen immers meer vraagstukken kijken dan alleen planologische. Hoe ga je bijvoorbeeld bestuurlijk om met die transitie? En hoe betrek je inwoners van de regio erbij en zorg je voor draagvlak? Al draait de Eo Wijers-prijsvraag primair om het ruimtelijke aspect, wie weet leveren de inzendingen óók suggesties op voor de andere zaken, hoopt Sprikkelman. “Er is dit keer ook een speciale categorie voor jonge vakgenoten die nog studeren of net zijn afgestudeerd. Ook uit deze groep wordt een winnaar gekozen.” Een éxtra gerechtje dus, bij het ‘grand dessert’ aan plannen.

Lees meer …

Meedoen met de prijsvraag?

Deelnemers krijgen binnenkort de kans om inhoudelijke vragen te stellen over de opgave, waarna zij aan de slag kunnen met hun ideeën. Er zijn twee transitiemarkten, op 12 december en op 16 januari.

Sprekers tijdens de eerste transitiemarkt in het Cleantech Center in Zutphen zijn Andries Heidema, voorzitter regio Stedendriehoek en burgemeester gemeente Deventer, Pieter van der Ploeg van Alliander en de secretaris van de Strategische Board Stedendriehoek, Arno Groenendijk. Aansluitend is er een informatiemarkt over de thema’s: energietransitie, economische concurrentiekracht en governance. U wordt geinformeerd door ondernemers, overheid en onderwijs, en ook worden er burgerinitiatieven getoond. Wilt u meedoen met de prijsvraag? Kom dan ook naar de informatiemarkt van 12 december. Die is van 14.00 tot 17.00 uur, inloop vanaf 13.30 uur. Aanmelden kan via www.eowijers.nl. Daarop treft u binnenkort ook informatie aan over de Transitiemarkt van 16 januari.

In september 2015 volgt een manifestatie in de Stedendriehoek: dan wordt de winnaar bekend gemaakt. Met het winnende idee gaat de regio vervolgens aan de slag.

Dagelijks bestuur(d)

"Niet teveel op afstand besturen"

Jan Kottelenberg: “Werk is de belangrijkste sociale voorziening. Als Board hebben we daarin een collectieve verantwoordelijkheid”

Jan Kottelenberg, wethouder van Lochem, is sinds oktober dit jaar lid van de Strategische Board Stedendriehoek. In het Lochemse college is hij verantwoordelijk voor de onderwerpen werk en inkomen. Als Boardlid vertegenwoordigt hij samen met collega Johan Kruithof de overheidsinbreng.

Voelt Jan zich nu specifiek vertegenwoordiger van de kleinere gemeenten? Jan: “Ik vertegenwoordig in de Board het belang van het collectief. Ik zit ook voor alle burgers in het college en zo zie ik dat ook voor mijn plek in de Board. Neemt niet weg dat ik naast het inhoudelijke aspect me ook wel verantwoordelijk voel voor de plattelandsgemeenten. De Stedendriehoek bestaat uit drie grotere gemeenten en vier kleinere gemeenten, die laatste belangen moeten ook vertegenwoordigd zijn.” 

Die relatie met de achterban vindt Jan belangrijk. Met zijn collega Boardlid Johan Kruithof, wethouder gemeente Apeldoorn, deelt hij dat zij niet teveel op afstand willen besturen. Jan: “We hebben regulier overleg met onze collega wethouders. Voor elke vergadering van de Board bepalen we onze inzet als gemeenten. Ik vind het wel belangrijk dat we dit met elkaar bepalen en dat de colleges goed zijn aangesloten op de ontwikkelingen op het gebied van arbeidsmarkt en economie. En op de rol van ons als Board daarin. We moeten samen de kansen pakken. En niet als Board alleen als vooruitgeschoven post fungeren.”

Wat ziet Jan als de kracht van de Strategische Board? “Dat is natuurlijk de samenwerking. We realiseren vooruitgang in economie en op sociaal terrein natuurlijk al lang niet meer als overheid alleen. Je zult dat met partijen in de markt moeten doen. We hebben een rol in een collectief belang. Via de Board zijn we beter in staat om kansen te zien en te verzilveren. Het lijntje tussen de O’s van ondernemers, onderwijs, onderzoek en overheid is makkelijker en vanzelfsprekender geworden door de Board. We zijn als collectief verantwoordelijk voor onze samenleving.”

En wat is de uitdaging voor de komende tijd? “Werk is voor mensen de belangrijkste sociale voorziening. De grootste uitdaging is onze inwoners aan het werk te houden of te krijgen. Daarvoor moeten we de nieuwe trends vastpakken en benutten. We hebben grote kansen met onze maakindustrie, onze meer dan gemiddelde inzet op het gebied van innovatieve technologieën in relatie tot duurzaamheid. We zijn Cleantech Regio Stedendriehoek en willen onze positie daarin verstevigen. Daarmee maken we het verschil, ook ten opzichte van andere regio’s. We hebben een brede ambitie. En ik hoop dat we onze economische ontwikkeling een versnelling kunnen geven. Met elkaar kunnen we schwung geven aan de ontwikkeling in dit gebied. En ik ben en voel me een echte regioman. Als je niet in staat bent om over je gemeentegrenzen heen te kijken, dan kom je niet ver. Zeker niet op het gebied van economie.”

 

Jan Kottelenberg
Wethouder Lochem en lid Strategische Board Stedendriehoek

Aantrekkelijk Deventer moet ook bereikbaar zijn

Een onderscheidend profiel voor Deventer is het centrale thema van de Ontwikkelagenda Overijssel. Deventer als ‘netwerk-, beleef en maakstad’ is mooi, maar moet wél bereikbaar blijven. Vandaar de aanpak van de Hanzeweg en de Mr. De Boerlaan, vertellen projectmanagers Dennis Laing en Norbert Mulder.

Bereikbaarheid is een belangrijke basis voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat in Deventer voor wonen, werken en leven. Reden om in de Ontwikkelagenda óók op te nemen dat de verkeerscapaciteit en doorstroming op het Hanzetracé vergroot moet worden. Gaat er namelijk meer verkeer over deze belangrijke verbindingsader, dan ontstaat meer ruimte in en rond het centrum voor nieuwe ontwikkelingen.

Bereikbaarheid

Om de bereikbaarheid van Salland en Deventer te waarborgen, zetten Deventer, regio en provincie in op capaciteitsverruiming van een aantal verbindingen. Zo is de Siemelinksweg al verbreed waardoor de aansluiting van de A1 op de N348 en A1 Bedrijvenpark is verbeterd. Aan de westkant gaat het om de opwaardering van de verbinding van de A1 met de stationsomgeving en de N337 via het Hanzewegtracé.

De Hanzeweg loopt vanaf de A1 in een wijde boog om de binnenstad en verbindt een groot deel van de woon- en werkgebieden met elkaar. Door verkeersstromen te verplaatsen naar de randen van de stad, ontstaat in en om de binnenstad ruimte voor een beter woon-, leef- en werkklimaat. Dat moet de bereikbaarheid van werk- en woongebieden voor fietsers, openbaar vervoer en auto’s verbeteren.

Stand van zaken

“We verbreden de Hanzeweg naar twee keer twee rijstroken en een parallelweg”, legt projectmanager Norbert Mulder uit. “Ook verbeteren we de veiligheid. Nu kun je overal de weg op en af en dat beperken we. Het plan staat in de steigers en we zijn nu in gesprek met enkele bedrijven aan de Hanzeweg die moeten verplaatsen.” Streven is dat de vernieuwde Hanzeweg in de tweede helft van 2017 klaar is.

De capaciteitsvergroting van het Hanzetracé moet ook stedelijke en economische vernieuwing mogelijk maken, in de woon- en werkgebieden rond de binnenstad. “Er kan in het gebied rond de Hanzeweg véél qua vernieuwing”, onderstreept projectleider Mulder. “Tijdens gesprekken met bedrijven merken we dat dit nog niet altijd zo bekend is, maar de rode loper ligt uit voor bedrijven die iets willen op het gebied van detailhandel, horeca, combinaties van wonen en werken of andersoortige bedrijvigheid. We willen aan de Hanzeweg tot aan de Snipperlingsdijk aan de waterzijde juist graag mixen en passen hier dus ‘uitnodigingsplanologie’ toe.”

Norbert Mulder

Leefbaarheid Havenkwartier

Ook de herprofilering van de Mr. H.F. de Boerlaan draagt bij aan het op de kaart zetten van de entree van Deventer, vindt Dennis Laing. “Deze weg loopt langs het Havenkwartier”, legt hij uit, aan de andere kant van het havengebied dus. In dit gebied laat Deventer een stadsmilieu ‘groeien’ met nieuwe bedrijvigheid, woningen naar eigen ontwerp, horeca, ateliers en cultuur. “Door de Mr. H.F. de Boerlaan opnieuw in te richten, sluit die meer aan bij dit vernieuwde Havenkwartier. We willen met een nieuwe bomenlaan aan weerszijden van de rijbaan het Havenkwartier ook verbinden met de wijk ertegenover: Knutteldorp.”

Doel is bovendien verkeer dat nu over de Mr. De Boerlaan gaat, toe te leiden naar de ruimere Hanzeweg. Dat komt de leefbaarheid van Knutteldorp en het Havenkwartier ten goede, denkt Laing. “De huidige ventweg aan de zijde van het Havenkwartier verdwijnt en maakt plaats voor een multifunctionele ruimte die bewoners en bedrijven kunnen gebruiken. Een mooie etalage voor het Havenkwartier.”

Dennis Laing
Ontwikkelagenda Overijssel

Vanuit de Ontwikkelagenda Overijssel werken provincie Overijssel, de Stedendriehoek en de gemeente Deventer aan een onderscheidend profiel voor Deventer. De agenda haakt ook aan bij de economische visie van Deventer. Deventer werkt aan een aantal profielen: een hoogwaardige en bereikbare netwerkstad, duurzame maakstad, boeiende beleefstad en open informatiestad. Kortom: een aantrekkelijk vestigingsklimaat als motor voor wonen, werken en leven. Het Hanzetracé – dat de A1 in een wijde boog om de binnenstad heen verbindt met woon- en werkgebieden – is als zogenoemde vliegwielproject opgenomen.

Lijn 14: Slim Reizen in Apeldoorn

Vanaf 15 december rijdt Lijn 14 Apeldoorn Zuid Businessline.
Die maakt reizen van en naar het werk of een afspraak sneller en gemakkelijker. Daarvan profiteren de bedrijven op bedrijventerrein Apeldoorn Zuid, net als de gemeente en vervoerder Syntus.
“We zijn trots op het resultaat dat we met elkaar hebben bereikt”, zeggen Jacqueline Reeker van Achmea en Nico Vlasveld van de provincie Gelderland. De nieuwe buslijn kreeg steun van Slim Reizen Stedendriehoek, dat op allerlei manieren onder meer betere bereikbaarheid stimuleert.

Apeldoorn krijgt vanaf half december een verbeterde openbaar vervoer (ov)-verbinding tussen station Apeldoorn en Apeldoorn Zuid. Het aantal bussen neemt toe, de route wordt korter en de bus stopt minder vaak.

“Zo’n tweehonderd medewerkers komen dagelijks met de bus naar het werk. Tot nu toe zetten we een speciale pendelbus in. Een relatief dure oplossing”, zegt Jacqueline Reeker, Adviseur Business Ontwikkeling van het facilitair bedrijf van Achmea. “We wilden kijken of binnen het bestaande ov geen beter alternatief mogelijk was. Het ov was in principe goed, alleen in de spits was er onvoldoende capaciteit.” Nico Vlasveld van het programma Mobiliteit van provincie Gelderland vult aan: “Het project is onderdeel van het voornemen van de Gelderse Staten om de stedelijke bereikbaarheid van en naar de werkbestemmingen te verbeteren. Samen met enkele bedrijven in Apeldoorn Zuid constateerden we dat het bedrijventerrein zeker vanuit het station lastig te bereiken is. Ook het voornemen van Achmea om de pendelbus op te heffen hebben we hiermee goed kunnen inpassen.”

Op www.lijn14apeldoornzuid.nl staat alle actuele info over de slimme busverbinding in Apeldoorn

Kansrijke oplossingen

Reeker schoof samen met andere bedrijven van Apeldoorn Zuid, zoals de Belastingdienst en het Kadaster, aan bij het mobiliteitsoverleg met gemeente, provincie en vervoerder. Elke partij dacht ondanks uiteenlopende belangen constructief mee over oplossingen. Een externe partij begeleidde de brainstorms en overleggen. Reeker: “In het begin was dat best spannend. Kunnen we aan alle wensen voldoen?” Opties als carpoolplaatsen en voorzieningen voor fiets passeerden de revue, maar uiteindelijk kwam de Businessline als beste naar voren. “De lijn heeft in aantallen reizigers een behoorlijk potentieel”, legt Vlasveld uit. “Bovendien kan de lijn zorgen voor minder auto’s in de spits, waardoor de totale stedelijke bereikbaarheid van Apeldoorn Zuid verbetert.” Ook Reeker noemt Lijn 14 Apeldoorn Zuid Businessline een win-winsituatie. Ze somt op: “De bedrijven zijn beter bereikbaar, de medewerkers hebben een betere verbinding met het station. De vervoerder krijgt een rendabele lijn en de gemeente versterkt haar economische positie.”

Minder CO2

Vlasveld is trots op het behaalde resultaat. “We dragen er met zijn allen aan bij: vanuit het programma Beter Benutten, bedrijfsleven, overheden en vervoerder. Het is misschien een klein lijntje, maar wel breed gedragen.” Reeker ziet een rooskleurige toekomst voor de lijn. “We willen vanuit Achmea kijken hoe we onze CO2-uitstoot kunnen reduceren. We deden eerder mee aan de fietsactie Samen Schakelen van het programma Slim Reizen Stedendriehoek, maar vervoer met de Businessline past ook uitstekend in het brede mobiliteitsbeleid van ons bedrijf.” Als de bus gaat rijden, blijven de partners het gebruik van de bus evalueren, besluit Vlasveld. “Dit is geen actie van lanceren en verder maar zien. We blijven met elkaar in gesprek.”

Nieuw op Teuge: TEACH

Wat is er nu leuker dan leren in de praktijk? En dan ook nog in de aantrekkelijke omgeving van een vliegveld, met veel bedrijvigheid en ‘actie’? Reden voor vliegveld Teuge en Aventus om met steun van de regio samen Teuge Education Aviation Competence & Hospitality Centre (TEACH) op te zetten.

Overheid, ondernemers en onderwijs zijn het eens: vliegveld Teuge kan uitgroeien tot regionaal centrum van economische, creatieve en innovatieve activiteiten. TEACH is een belangrijke stap daarvoor, vertellen directeur Meiltje de Groot van Teuge en directeur Techniek en Mobiel van Aventus, Ton van Vught. Samen met een aantal ondernemers op het vliegveld, de gemeente Voorst en VNO-NCW Oost Nederland geven zij vorm aan deze nieuwe publiek-private samenwerking.

“Op Teuge gebeurt veel meer dan het opstijgen en landen van vliegtuigen”, vertelt Meiltje de Groot. “Met 170 duizend bezoekers per jaar vervullen wij ook een toeristische functie. Hotels, restaurants en tientallen bedrijven zijn hier gehuisvest. Wij willen graag proeftuin zijn voor kennis, duurzaamheid en innovatie.” Vandaar dus, dat Teuge graag samenwerkt met Aventus.

Meiltje de Groot

Aantrekkelijk onderwijs

Ton van Vught: “Deze omgeving heeft alles in zich om ons middelbaar onderwijs aantrekkelijker te maken. Hier gebeurt wat, hier vind je de bedrijven. En dan ook nog middenin in de regio waar wij onze scholen hebben, in Apeldoorn, Deventer en Zutphen.”

Aventus ziet volop kansen om studenten breed kennis te laten maken met de praktijk. Denk aan techniek, duurzame energie(innovatie), recreatie, hospitality en veiligheid. “Onze ambitie is niet om hier een school te starten”, verduidelijkt Van Vught. “Dus veel meer met de experience aan de gang gaan. ”

Ton van Vught

Neem het feestelijke evenement Wings, Wheels and Goggels (waarbij oldtimers en vliegtuigen tegen elkaar strijden in een rally) dat in juni 2015 weer wordt georganiseerd. Ook voor het 80-jarig jubileum volgend jaar ziet directeur Meiltje de Groot veel kansen. “Studenten kunnen natuurlijk meedraaien als hostesses, beveiligers of in de horeca”, vindt zij. “In februari organiseren we samen met werkgeversorganisatie VNO-NCW en één van onze rondvluchtbedrijven Special Air Services een speciaal zakelijk evenement om het zakelijk vliegen vanaf Teuge meer onder de aandacht te brengen van het regionale bedrijfsleven. Ook daarin kunnen studenten meedraaien.”

Van Vught: “Een projectleider is binnen Aventus nu bezig met de invoering van TEACH. We willen deze aanpak inbedden in ons onderwijs en dan verder uitbreiden”, zegt Van Vught. Bezoeken, lessen of andere activiteiten op Teuge worden in de roosters van de verschillende opleidingen opgenomen.

Binnenkort wordt ook een les- en instructieruimte ingericht voor Aventus, er komen lesmiddagen door/met de bedrijven op Teuge en een informatie- en presentatieruimte voor studenten en docenten is bijna klaar. Ook ‘gewone’ studentenstages zijn natuurlijk een optie. “Wellicht komt een opleiding hier ook deels naartoe”, licht Van Vught een tip van de sluier op, “dat onderzoeken we nu.”

Kennismaken met praktijk

Doordenkend zijn er nog veel méér samenwerkingsmogelijkheden. “Het gaat er vooral om dat studenten alles wat hier gebeurt op Teuge kunnen ondergaan en kennismaken met de praktijk”, vindt Van Vught. “Omgekeerd komen onze bedrijven in contact met jonge mensen die wellicht later bij ze aan de slag kunnen”, vult De Groot aan.

Teuge en Aventus kiezen voor een gefaseerde aanpak. Nadat samenwerking met de bedrijven op Teuge vorm heeft gekregen, gaat de blik verder naar buiten om als TEACH ook regionale bedrijven op te zoeken. Dáárna is het plan ook samenwerking te zoeken met bedrijven die (inter)nationaal opereren, zoals toeleveranciers of klanten van de bedrijven op Teuge.

Er zijn ook plannen voor samenwerking met het primair onderwijs en het hbo. “Basisscholen zijn verplicht om techniek te geven. Wat is er nu leuker dan kinderen hier op Teuge te laten komen en te laten leren”, vindt Van Vught. Ook samenwerking met de TechniCampus in Deventer en het CleanTechCentre in Zutphen staat op de rol.

Teuge in bedrijf

International airport Teuge:

- een van de grote General Aviation vliegvelden voor nationaal en internationaal luchtverkeer

- 34 bedrijven (onder meer hotels, restaurants, toeleveranciers luchtvaart, luchtfotografie, parachutecentrum, onderhoudsbedrijven, vliegsport, et cetera) - binnenkort gaat het nieuwe en duurzame havendienstgebouw open

- lichte groei van 10 procent vliegverkeer afgelopen periode (exclusief lesverkeer)

- 170 duizend bezoekers per jaar

- nu in onderzoek: meer vliegbewegingen naar Teuge omdat vliegveld Lelystad vluchten van Schiphol overneemt en ‘kleinere’ vliegtuigen moet verplaatsen, dat zou deels naar Teuge kunnen

- aandeelhouders: gemeenten Apeldoorn, Deventer, Voorst, Zutphen

- onder bevoegd gezag van provincie Gelderland

Het nieuwe havendienstgebouw op Teuge

Regio omarmt plannen

De Strategische Board Stedendriehoek omarmt TEACH, vertellen De Groot en Van Vught, omdat die denkt dat de ontwikkeling van Teuge als innovatief, educatief centrum bijdraagt aan economische versterking van de regio.

“Regio mag meer lef tonen”

Paul Bijleveld

Nét online: de geactualiseerde site www.stedendriehoekindex.nl
Lector regionale ontwikkeling van Saxion Paul Bijleveld geeft in Driehoeksverhouding vast ’n voorproefje van de meest actuele en opvallende regiocijfers die daarop staan.

Gaat het landelijk goed, dan gaat het in de Stedendriehoek ook goed, meldt lector regionale ontwikkeling Paul Bijleveld van Saxion. Wat dat betreft is de regio een gemiddelde afspiegeling van Nederland. "Dat zien we nu gebeuren: zowel landelijk als in de Stedendriehoek gaat het wat beter."

Best opvallend, licht Bijleveld toe, aangezien die groei niet zichtbaar is in de landen om ons heen. Nederland toont een licht herstel van de woningmarkt, groei van consumentenvertrouwen en een iets dalende werkloosheid.” Hoe dat komt is lastig verklaarbaar, maar wel duidelijk is dat wij goed zijn in innovatie en de ‘vertaling’ van innovaties in nieuwe bedrijvigheid. Ook opvallend: de revival van ambachten als het aloude bierbrouwen. In Nederland is een aantal van dit soort ‘nieuwe’ bedrijven ontstaan. 

Regio trekt mensen uit de Randstad

Al met al: reden voor optimisme. Dat geldt in relatieve zin óók voor de demografische ontwikkelingen. Want wat is het geval? De Stedendriehoek is de enige regio in Nederland die méér mensen trekt vanuit de Randstad dan er naartoe vertrekken. Dat zit hem toch in de gunstige ligging – “wel de lusten van de Randstad, niet de lasten” – en in het prettige woonklimaat, vermoedt Bijleveld.

Toch wordt nogal eens gedacht dat alle jonge mensen richting westen vertrekken. “Die jongeren die wel gaan, doen dat voor studie of werk, niet omdat zij de regio bijvoorbeeld saai vinden. Er moet dan ook een boete komen op de term ‘jonge vlucht’”, reageert Bijleveld. “Een vlucht ís het niet.” Bovendien is het natuurlijk niet handig om als eerste ‘jonge vlucht’ op je scherm te zien als je googelt op Stedendriehoek … “Je moet zorgen dat je het aantrekkelijke woonklimaat ook aantrekkelijk houdt. Investeren dus.”

Ingrediënten daarvoor? “Denk bij Cleantech niet alleen aan de bedrijven, maar ook aan de medewerkers die je daarvoor nodig hebt. Trek mensen aan met een ‘groen’ bewustzijn, door bijvoorbeeld te experimenteren met innovatieve woonvormen.” Waarmee Bijleveld maar wil zeggen: kies je voor Cleantech, zeg dan niet alleen A maar ook B en neem de langere termijnontwikkeling in brede zin mee. Ook al, omdat de vergrijzing toeneemt.

Hoe zit dat dan met de ‘krimp’ in onze regio? “De komende twintig jaar wordt geen krimp van de totale bevolking voorspeld”, vertelt Bijleveld. “De totale bevolking blijft licht stijgen. We doen het wat dat betreft in de regio net wat beter dan de provincies Overijssel en Gelderland, maar weer wat minder dan Nederland als geheel.” Twee regiogemeenten (Epe en Brummen) hebben wel te maken met lichte krimp.

Inzoomend op de diverse leeftijdsgroepen is wel wat zorg te melden. Want het werkende deel – van twintig tot 64 jaar – van de beroepsbevolking wordt wél kleiner. Krimp vind je niet in de jeugd en ook het aantal ouderen stijgt. Inderdaad: die vergrijzing dus.

studenten20Saxion20Deventer4Q60RET.jpg

Gevecht om talent

De Stedendriehoek heeft de voorspelde ontgroening al grotendeels achter de rug en zal weliswaar meer vergrijzing kennen dan de Randstad, maar minder dan regio’s als Groningen of Limburg.

“Door die vergrijzing neemt de druk op werkenden wel toe”, zegt Bijleveld. “Juist daarom wordt de vraag naar import van jonge mensen urgenter. Sterker nog: het wordt een jungle. Een gevecht om talent.” Ziedaar dus opnieuw de noodzaak om als regio te investeren in een aantrekkelijk woonklimaat voor jongeren en gezinnen. Maar ook de groep 55-plussers vraagt aandacht. Hoe krijg je de werkloze senioren aan het werk, hoe houd je de werkenden langdurig gezond aan de slag? Een prachtig regiothema, denkt Bijleveld.

“Speel in op de nieuwe mens. Bereik die mensen in de file om onze regio als aantrekkelijke woonomgeving onder de aandacht te brengen, zet social media veel meer in. En waarom geen competitie uitschrijven voor de tien beste ideeën voor invulling van dat leegstaande pand? Mensen houden van wedstrijdjes.”

Zo valt er van alles te bedenken, maar overheden moeten wel mee in de vaart der volkeren … “Bied meer maatwerk en ruimte, bijvoorbeeld in regelgeving en planologie. Laat het maar gebeuren”, tipt de lector. “De regio mag meer lef tonen.”

Creatief!

Nóg zo’n opvallend demografisch gegeven: het percentage dat in de regio in de creatieve sector werkt, ligt tachtig procent boven het landelijk gemiddelde. “Het zijn niet allemaal kunstenaars”, relativeert Bijleveld, “ook ict’ers worden bijvoorbeeld tot deze groep gerekend, net als game-ontwikkelaars en industrieel vormgevers.”

Grafiek: migratie saldo van en naar de Stedendriehoek per leeftijdsklasse in promillen

pdf-braindrain-en-braingain.jpg

Lees meer …

De Stedendriehoek Index is interessant voor ondernemers, beleidsmakers, bestuurders, studenten en iedereen die meer wil weten over de regio. De index toont tachtig indicatoren, verdeeld over tien thema’s op economisch, sociaal en maatschappelijk gebied. Cijfers worden vergeleken met landelijke ontwikkelingen én worden afgezet tegen andere regio’s.

Groei toerisme stagneert

Kijkend naar toerisme, dan valt op dat de groei er wat uit is. In Deventer is weliswaar nog een lichte toename te zien van werkgelegenheid in deze branche, maar het totaal aantal overnachtingen dat in de Stedendriehoek wordt geboekt, daalt. Nederlanders zelf bijvoorbeeld, weten Oost-Nederland minder goed te vinden. Toch liggen hier wel kansen, denkt Bijleveld, vooral door innovatie van de vrije tijdseconomie. “Denk aan beleid voor zakelijk toerisme, vernieuwende concepten en meer combinaties in het aanbod van ‘stad’ en ‘platteland’.”

Andere mooie resultaten!

- het aantal voortijdig schoolverlaters is in de regio Stedendriehoek flink gedaald. Onderwijs en overheden doen er samen alles aan om ervoor te zorgen dat jongeren hun school mét diploma verlaten. Of, om precies te zijn, met startkwalificatie. Dat is een diploma op minimaal havo- of vwo-niveau, of een mbo-diploma op niveau 2.

- de gemeente Deventer boekt goede resultaten bij de aanpak van jeugdwerkloosheid en kan voorbeeld zijn voor andere gemeenten

- wat betreft uitbreiding van zonne-energie doet de Stedendriehoek het beter dan het landelijk gemiddelde en véél beter dan vergelijkbare regio’s zoals Noord-West Brabant bijvoorbeeld.

Groene-pracht-zonnepanelenQ60.jpg

Monitoring wordt moeilijker …

Het wordt steeds lastiger om alle cijfers over de tien regiothema’s te verzamelen. Door onder meer bezuinigingen bij organisaties zoals de Kamer van Koophandel, worden daar lang niet alle data meer geregistreerd, bijvoorbeeld. Ook regionaliseert het Centraal Bureau voor de Statistiek niet meer alle nationale data. Zorgelijk, want goede cijfers zijn een belangrijke basis voor regionaal beleid. Daarom is het plan nu om als regio’s en provincies intensiever samen te werken bij het gezamenlijk verzamelen en inkopen van data, het doen van onderzoek en het aanboren van nieuwe bronnen.

Reacties Strategische Board

OVERHEID / Johan Kruithof:...

Johan-KruithofQ60CROP.jpg

 “De oproep om als regio meer lef te tonen spreekt mij aan. Daarbij denk ik dat een goede samenwerking tussen onderwijs, ondernemers en overheid een vliegwiel kan zijn voor de gewenste ontwikkelingen. Ik ben met het Paul Bijleveld eens dat onze regio sterke kanten - zoals een fantastisch woon- en leefklimaat - nog beter op de kaart kan zetten.”

ONDERNEMERS / Wim de Blok:...

_MG_3255CRQ80.jpg

“Goed om de cijfers op een rij te zetten. Maar trek geen verkeerde conclusies. Let vooral op de definitie van een aantal ‘grootheden’, zoals de creatieve industrie. Ik vraag mij af of het zinvol is om de Stedendriehoek te vergelijken met andere regio’s in Nederland. Mijn vraag is ook: moeten we niet overwegen om een Economisch Bureau Stedendriehoek op te zetten dat de economische prestaties van de Stedendriehoek nauwkeurig kan monitoren?”

ONDERWIJS / Gideon Alewijnse:...

Gideon-AlewijnseQ60Crop.jpg

  • “Economische groei is wat mij betreft essentieel voor de regio: die levert werkgelegenheid op en zorgt voor een goed investerings- en investeringsklimaat. Cleantech zorgt voor een duidelijke koers en met de drie O’s kunnen wij nu het verschil maken. Regio’s waar overheid, ondernemers en onderwijs goed samenwerken laten aantoonbaar betere groeicijfers zien.
  • Dat we verder in staat zijn geweest om het aantal voortijdig schoolverlaters fors te laten dalen, stemt trots. Hoe meer talent benut wordt voor de arbeidsmarkt of doorgaat naar het hbo, hoe beter het is. Dat ook de 55-plussers aandacht verdienen, is duidelijk. Wij hebben daarom ook een goed aanbod voor volwassenen en ouderen dat inspeelt op thema’s als vitaliteit en actief burgerschap. Tot slot: de creatieve branche die eruit springt in de Stedendriehoek Index herkennen wij in het mbo zéker als kansrijke groeisector.”

Stedendriehoekraadsleden?!

Hoe betrek je raadsleden meer bij de ontwikkelingen in de regio Stedendriehoek? Op die vraag kunnen raadsleden zelf natuurlijk het beste antwoord geven! Wat leverde een eerste ‘brainstorm’ van de Denktank Raadsleden op?

Afgelopen najaar ging een groep raadsleden uit de zeven Stedendriehoekgemeenten in gesprek met een aantal leden van het dagelijks bestuur van de regio. Het thema voor deze Denktank: betrokkenheid bij de regio. Hoe willen raadsleden graag betrokken worden? Wat is de rol van de raad en wat die van het college? Hoe kan de regio betrokkenheid ondersteunen? Al dit soort vragen kwam langs. Een greep uit de antwoorden en ideeën die op tafel kwamen.

Informatie voor de raden

De nieuwe gemeenteraden kregen een introductiefilm aangeboden over onder meer de Agenda Stedendriehoek. Afgelopen mei vond een introductiebijeenkomst plaats met algemene informatie over de regio en actuele thema’s. Eind 2014 ging het dagelijks bestuur ‘on Tour’ om per gemeente ‘op maat’ in gesprek te gaan met de gemeenteraad.

Lokaal en regionaal ‘vertalen’

Voor de regio Stedendriehoek is betrokkenheid van de raadsleden uiteraard belangrijk. De raad moet immers instemmen met de begroting en de jaarrekening van de regio. Mede daarom is het goed dat de regio niet te ver van de gemeenteraden afstaat. Dat vraagt om extra aandacht en inspanning om over de grenzen van de eigen gemeente heen te kijken en regionale onderwerpen te vertalen naar lokaal en andersom. 

De link naar de regio (tijdig) leggen

Raadsleden willen graag aan het begin van beleidsprocessen al betrokken worden. Maar ook bij begrotingsbehandelingen kan de link naar de regio nadrukkelijker worden gemaakt. Veel lokale ontwikkelingen worden namelijk mede mogelijk gemaakt door de regio. Denk bijvoorbeeld aan projecten die medegefinancierd worden vanuit het Regiocontract van de provincie Gelderland. Of, meer recent, aan het Sectorplan dat een impuls geeft aan de arbeidsmarkt.

Regio-ambassadeur?

Raadsleden gaven aan behoefte te hebben aan periodieke themabijeenkomsten. Ook kan de terugkoppeling van het dagelijks bestuur naar de raden structureler vormkrijgen, vinden zij. Een suggestie was ook: benoem per gemeenteraad een ambassadeur voor de regio Stedendriehoek. 

Actie en vervolg

De raadsleden gaan met alle ideeën aan de slag binnen hun eigen raad. Het dagelijks bestuur van de regio maakt nu een plan om de betrokkenheid van de gemeenteraadsleden verder vorm te geven. Komend voorjaar komt de groep raadsleden en vertegenwoordigers van het dagelijks bestuur opnieuw bij elkaar. Wordt vervolgd!

Werken voor de regio

De Stedendriehoek is een ‘light’ georganiseerde regio. De zeven samenwerkende gemeenten zetten hun bestuurders en ambtenaren in om te werken voor de regio. Hoe is dat? Dit keer: Epe. Herman Naijen, Arjan Kisjes, Wim van den Bedem, Hans van Bolderen en Gerardy Hulsbergen over hun werk voor de regio.

Herman Naijen

“Regionale en lokale thema’s handig verbinden door regiowerk”

Herman Naijen is beleidsontwikkelaar Ruimtelijke Ordening bij de gemeente Epe en is ook actief op het terrein van economie. “Ik ben vrij breed bezig, veelal met ruimtelijke projecten maar ook met reclamebeleid, accommodatiebeleid en economische zaken.” Het mag duidelijk zijn: Herman houdt van diversiteit. Dus ook het werk voor de regio in de werkgroep bedrijventerreinen en het ambtelijk overhedenoverleg, is een welkome aanvulling.

Lees verder

Wordt in de werkgroep bedrijventerreinen concreet afgestemd over bedrijventerreinen in de regio en aanverwante thema’s, in het ambtelijk overhedenoverleg draait het vooral om strategische thema’s. Deze groep bereidt namelijk de input voor de overheidsvertegenwoordigers bij vergaderingen van de Strategische Board voor. “Interessant”, vindt Herman. “Leren, werken, energie, innovatie: het gaat - op hoofdlijnen - over véél in de Board. Deze nieuwe manier van samenwerking van overheid, onderwijs en ondernemers zorgt wat mij betreft voor veel energie in de regio.”

Wel is het in de nieuwe situatie voor ambtenaren wel eens wat lastiger te volgen van er allemaal gebeurt en besproken wordt, signaleert hij. “We kunnen met elkaar nog winst behalen door hierover goed te communiceren en informatie te delen. Hoe dat precies moet, is nog wat zoeken.”

Blij is Herman met de keuze voor Cleantech als regionale ‘vlag’. “Goed om als regio een keuze te maken en daar vol voor te gaan. Belangrijk is wel: hoe leg je het goed uit? Maar dat zie ik als een proces. Een tijdje terug is in Epe bijvoorbeeld een lunchlezing georganiseerd over Cleantech, het gaat dus steeds meer leven.”

Werken voor de regio geeft je ook de mogelijkheid om regionale en lokale thema’s goed te verbinden. Een ander voordeel: “Je netwerk wordt een stuk groter. Ik vind het heel handig om goede contacten te hebben bij andere gemeenten als je iets wilt afstemmen.”

Gerardy Hulsbergen

“Cleantech veel meer etaleren”

Gerardy Hulsbergen was teamleider communicatie bij de gemeente Epe en is sinds acht jaar als strategisch communicatieadviseur werkzwaam bij Bureau Stedendriehoek (op detacheringsbasis). Met plezier. Dat in een netwerkorganisatie als de regio de meerwaarde van ‘communicatie’ zeker wordt gezien, draagt daar absoluut aan bij, vertelt Gerardy.

Lees verder

“We zijn als regio in de loop der tijd veel meer extern gaan communiceren”, vertelt Gerardy Hulsbergen. “Met de keuze voor Cleantech voor profilering van de regio maken we daarin een nieuwe professionaliseringslag, vind ik.” Zo’n regiothema is immers goed voor een herkenbaar, eigen gezicht en helder profiel. En dat is goed om nog beter in beeld te zijn bij provincies, rijk en Europa.

Cleantech wordt de komende tijd prominenter ‘geladen’. Daar moet de uitvoering van de communicatiestrategie die Gerardy ontwikkelde, mede voor zorgen. Want: veel initiatieven, projecten en activiteiten die wel degelijk met Cleantech te maken hebben, worden nu nog niet zo herkend. “We kunnen Cleantech veel meer etaleren. Daar kan onze campagne aan bijdragen.” Die campagne wordt nadrukkelijk gevoed door communicatiekracht vanuit overheid, onderwijs en ondernemers. Deze drie O’s zullen hun achterban nog nadrukkelijker kunnen betrekken bij Cleantech, denkt Gerardy.

Bij Bureau Stedendriehoek heeft Gerardy het geweldig naar haar zin. De korte lijntjes met het bestuur, de inhoudelijke onderwerpen (“het gáát ergens over”) en de leuke collega’s zijn belangrijke ingrediënten voor haar werkplezier. “Als regio light zijn wij lean. We verzetten veel werk met elkaar. Dat lukt dankzij betrokkenheid en flexibiliteit en ook omdat we veel met elkaar kunnen lachen. Dat relativeert.” Niettemin is de werkdruk de afgelopen jaren wel flink toegenomen. “Het zou helpen als het niet zó light hoefde te zijn”, vindt Gerardy.

Wim van den Bedem

“Gehele regio relevant voor je vestigingsklimaat als gemeente”

Wim van den Bedem is strategisch beleidsadviseur van de directies van de gemeente Epe. Hij adviseert over de ‘vertaling’ van rijksbeleid, provinciaal en regionaal beleid, monitort de uitvoering van het collegeprogramma en is verantwoordelijk voor de inhoudelijke kant van planning & control. Voor de regio is hij intern bestuursondersteuner en is zo spin in ’t web als het gaat om de verbinding van ‘regionaal’ en ‘lokaal’.

Lees verder

Maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen leiden tot een vernieuwingsslag in de regionale samenwerking, wat nieuw elan brengt in de regio. Een voorbeeld is de komst van de Strategische Board, de Tafels. Passend in een tijd waarin individuele gemeenten ook meer en meer partners opzoeken om zaken op te pakken, vindt Wim van den Bedem.

“Epe wil graag onderdeel zijn van een sterke regio, zo staat het ook in ons coalitieakkoord. Een sterke regio is als vestigingsgebied aantrekkelijk voor inwoners en bedrijven.” Neem alleen al economische ontwikkelingen: die kun je lokaal echt niet los zien van de regionale economie. “Lokaal kun je gewoon niet bieden wat je regionaal wel kan.” Als regio ben je een beter aanspreekpunt voor belangrijke samenwerkingspartners als grote werkgevers en zorgaanbieders, denkt Wim. “We hebben onderzoek gedaan waaruit blijkt dat onze jongeren bereid zijn om zeker zo’n dertig kilometer te reizen voor hun werk. Als gemeente geldt dus: de gehele regio is relevant voor je vestigingsklimaat als gemeente”, illustreert hij.

Wel een punt van aandacht voor de nabije toekomst is wat Wim betreft de slagkracht. Met deze vernieuwde opzet nu ook samen besluiten nemen, doorpakken en dingen voor elkaar krijgen. Lokaal speelt zo nu en dan een ander thema: de politieke legitimatie. De betrokkenheid van de raad bij de regio is een terugkerend onderwerp van gesprek. “De raad gaat bij ons graag in het voortraject van beleidsontwikkelingen mee”, vat Wim samen.

Marianne van Spijker

“Regionaal werken hoort er hier echt bij”

Zoals bekend komen er veel nieuwe taken op gemeenten af op het gebied van zorg, werk en jeugd. “Voor de regio heb ik vanuit het programma Sociale Kracht samen met collega Peter Liebregts inspirerende voorbeelden in kaart gebracht van ondersteuning en begeleiding”, vertelt Marianne van Spijker. Let wel: ondersteuning ‘nieuwe stijl’ dan. Een prima voorbeeld van “leren van elkaar”, vindt Marianne.

Lees verder

In de uitgave Basisinfrastructuur De Kanteling, staan lokale voorbeelden van hoe je als gemeente de eigen kracht en het organiserend vermogen van kwetsbare inwoners kunt versterken. Een actueel thema, nu gemeenten moeten nadenken over maatschappelijke ondersteuning aan deze groep.

“Een voorbeeld is buurtservice in Zutphen”, vertelt Marianne. Ook Talent – het project voor participatieplekken voor inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt – dat in Apeldoorn begon en navolging krijgt in Brummen, Epe, Lochem en Zutphen – staat genoemd.

“Elke gemeente maakt eigen keuzes, maar je kunt leren van elkaar”, zegt Marianne. Dat is ook precies wat zij persoonlijk leuk vindt aan de combinatie van lokaal en regionaal werken. “Als Epe werken wij vanuit een visie nadrukkelijk regionaal samen, het hoort er hier echt bij. Persoonlijk vind ik dat heel leuk.”

Arjan Kisjes

“Cleantech helpt om regio op de kaart te zetten”

Strategisch beleidsadviseur Arjan Kisjes is voor Epe bezig met allerlei fysieke projecten in onder meer het centrum van Epe en Vaassen, maar ook met de visie voor de langere termijn. Juridische aspecten van zijn werk laat hij niet aan zich voorbij gaan, “ook die zijn boeiend om te doen.” Beleid én projecten gaan in Epe samen op: de schaal van Epe maakt dat mogelijk. “Je doet het uiteindelijk voor de schop in de grond.” Ook regionaal gaat Arjan graag voor concreet resultaat, in de werkgroepen fysiek en wonen.

Lees verder

“De afgelopen periode hebben we met een aantal regionale collega’s veel input gegeven voor de Omgevingsagenda Stedendriehoek die provincie, regio en Strategische Board samen opstellen”, vertelt Arjan. “Door deze samenwerking hopen we gezamenlijk tot iets concreets te komen dat ook uitvoerbaar is.” De uitdaging is wat Arjan betreft: resultaten boeken en de Stedendriehoek nadrukkelijker op de kaart zetten. Daar gaat Cleantech zeker bij helpen, is de overtuiging van Arjan. “Als je daarop focust, dan straal je iets uit en zorg je voor herkenning.”

Voor woningprogrammering komt er de komende tijd wat Arjan betreft hopelijk meer aandacht voor woonkwaliteit. “In de regio is het prachtig wonen. In de woonagenda die nu wordt opgesteld benoemen we het gebied als het meest complete woonpark. Daar gaan we voor! Er is wel een spanningsveld tussen kwantiteit en kwaliteit”, signaleert hij. “Teveel bouwen is niet goed, maar gemeenten moeten wel ruimte hebben om te ontwikkelen op plekken die ertoe doen”, schetst hij een actueel dilemma.

Regionaal werken hoort er in Epe helemaal bij, maar is vooral ook leerzaam en leuk. “Met collega’s uit andere gemeenten kennis uitwisselen is altijd goed. In elkaars keuken kijken levert inspiratie op en leidt tot resultaat. Daar gaat het uiteindelijk wel om.”

Hans van Bolderen

“Coördinator van Tafels Leefomgeving”

Hans van Bolderen is als beleidsontwikkelaar Ruimtelijke Ordening voornamelijk bezig voor het buitengebied van Epe. Nu bijvoorbeeld met de uitbreiding van een groot bedrijvencomplex en daarnaast met de totale actualisatie van het bestemmingsplan voor het buitengebied. “Voor de regio Stedendriehoek ben ik coördinator van de Tafels Leefomgeving”, vertelt Hans. “Dat zijn nu de Tafels Routenetwerken, Gezond Bewegen, de Reizende Tafel en de Tafel Woonkwaliteit.”

Lees verder

“Ik doe dit coördinerende werk voor de regio sinds afgelopen september. Het is nog wat zoeken naar de precieze invulling van mijn rol”, legt Hans uit. “De bedoeling is dat ik als procesbegeleider de voortgang van de Tafels goed volg en ook zorgdraag voor bestuurlijke afstemming, onder meer met de Bestuurlijke Carrousel.”

De opzet van de Tafels spreekt Hans zeer aan. “Als overheid kun je niet alles en dat moet je ook niet willen. Het is een meerwaarde om als drie O’s (onderwijs, overheid, ondernemers, red.) zaken voor elkaar te krijgen. Voor gemeenten betekent dit wel: leren loslaten.”

Wat nog wel een leerpunt is voor de regio: hoe geef je concreet uitvoering aan de zaken die uit de Tafels komen? Wie pakt wat op, hoe regel je dat financieel? “Het is nog wat oeken.”

De regionale toevoeging aan zijn werk vindt Hans leuk. “Je netwerk breidt snel uit en ik vind het goed om ook buiten gemeentegrenzen te kijken. Leerzaam, ook voor mijn werk voor Epe.”

Regioresultaten

Nieuwe website stedelijke distributie

Logistieke dienstverleners, transporteurs en leveranciers die in de Stedendriehoek moeten zijn, moeten in de grotere stadscentra rekening houden met venstertijden, ontheffingen en voertuigbeperkingen. Deze informatie is nu eenvoudig en snel te vinden via www.distributie-stedendriehoek.nl.

  • De site is een product van Sim Reizen Stedendriehoek. Laad- en losplaatsen, aanrijroutes en actuele wegwerkzaamheden: het staat er allemaal op. Deze informatie draagt bij aan vermindering van het aantal ‘voertuigverliesuren’ en werkt zo mee aan optimalisatie en verduurzaming van stedelijke distributie in onze regio.

Talent laat iedereen meedoen

Patrick (27) was jarenlang glazenwasser. Na een val liep hij hersenletsel op, waardoor hij thuis kwam te zitten. Via Talent kreeg Patrick een participatieplek bij het activiteitencentrum van Siza in Apeldoorn en hielp daar met schoonmaak en klussen. Dat beviel wederzijds zo goed dat Patrick inmiddels een betaalde baan heeft bij het schoonmaakbedrijf van Siza.


Dit is één van de voorbeelden van wat Talent kan opleveren. Het project, dat in Apeldoorn startte en nu ook in Brummen, Epe, Lochem en Zutphen van start gaat, wordt medegefinancierd uit het programma Sociale Kracht (Regiocontract). De opzet: een integrale aanpak voor mensen met een uitkering die ook zorg en ondersteuning krijgen. Doel is de werelden van ‘zorg’ en arbeidsparticipatie dichter bij elkaar brengen. In twee jaar tijd komen er tot eind 2014 750 participatieplekken, waar deelnemers maatschappelijk nuttig werk doen, structuur krijgen in hun dag en een netwerk opbouwen. De nadruk ligt – de naam van het project zegt het al – op talent en niet op wat níet lukt. De participatieplekken ontstaan bij woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties of verenigingen. Binnenkort meer nieuws over Talent in dit e-zine.

Weer een stukje Grift zichtbaar in Apeldoorn

Heemraad Gerard van den Brandhof van Waterschap Vallei en Veluwe en wethouder Olaf Prinsen van Apeldoorn namen vertegenwoordigers van provincie Gelderland en regio Stedendriehoek op 18 september mee op excursie naar de Grift. Deze beek is in verschillende delen van Apeldoorn weer zichtbaar. Nu de Grift ook weer stroomt van de Eendrachtstraat tot voorbij de Europaweg, was het tijd om eens even te gaan kijken.

  • Het ‘beekherstelproject’ wordt mede gefinancierd door provincie en regio en geeft ruimte aan overtollig grondwater en afgekoppeld regenwater. Maar de beken zijn ook van belang voor natuur, recreatie en cultuurhistorie. De geschiedenis van Apeldoorn is verweven met de beken. Met het bovengronds halen van grote delen van de Grift wordt ook die geschiedenis weer zichtbaar in de stad.
  • Lees hier meer over het project De Grift.

Samenwerken aan Gelderland

Regio Stedendriehoek was prominent aanwezig op het congres van provincie Gelderland op 29 oktober 2014. Wim de Blok (Strategische Board Stedendriehoek) en Jan Emmerzaal, bestuurder van het Cleantech Center in Zutphen gaven meer tekst en uitleg over Cleantech. Frans Hollema en Nathan Stukker vertelden tijdens hun workshop over de resultaten van de Tafel Woonkwaliteit. Nog even terugblikken? Kijk dan hier voor een impressie van de presentatie over de Tafels en hier voor regioprofilering.

Muziek op de pont

Bronkhorsterveer opent met Pontfeest

Op 6 september werden de heringerichte oevers van het Bronkhorsterveer spetterend geopend met een Pontfeest voor duizend bezoekers.

  • Wethouders Luuk Tuiten van Brummen en Jan Engels van Bronckhorst. Gedeputeerde Jan Jacob van Dijk van Gelderland en de bestuurders van de betrokken regio’s: allemaal hadden zij een rol bij de opening. Met de brandweerkorpsen van de gemeenten Brummen en Bronckhorst straalden zij vanaf beide oevers een enorme waterboog naar elkaar die de verbinding tussen de oevers symboliseerde. De duizend bezoekers genoten ook van hun vaartochtje met de veerpont en de culturele markt, streekgerechten en muzikale optredens.

Sterke schakels in regionale fietsverbindingen 

De Werkgroep Verkenningen Fietsruggengraat brengt kansrijke fietstracés in de regio in kaart. Regio Stedendriehoek wil deze zogenaamde fietsruggengraat versterken. Wethouders van zeven gemeenten in de Stedendriehoek hebben inmiddels afgesproken om de fietsverbinding Apeldoorn-Deventer verder uit te werken. Vier potentiële verbindingen op dit traject zijn inmiddels verkend.

  • Eind december wordt duidelijk hoe kansrijk negen andere verbindingen in de regio zijn. Uiteindelijk worden vijf tracés geselecteerd. Stakeholders zoals Veilig Verkeer Nederland (VVN) en de Fietsersbond, denken mee. “De fiets is dé oplossing voor het vastlopende autoverkeer in de regio”, zegt Jan Timmner van Fietsersbond Apeldoorn. “Maar dan zijn wel betere voorzieningen nodig.
     
  • Volgens Wim Salomons van VVN is in het ontwerp ook de beleving van de fietser belangrijk. “Hoe ervaart die het geheel? Maar dat niet alleen: fietsers zijn ‘omrijgevoelig’, dus moet je ook kijken wat qua locatie de meest functionele route is.” De regio Stedendriehoek buigt zich nog over de precieze locaties van de fietsverbindingen. “Dat levert een flinke discussie op”, weet Timmner. “Leggen we nieuwe routes aan, of gaan we bestaande tracés opplussen?”
     
  • Volgens Salomons is voor het maken van een afgewogen keuze juiste informatie nodig. “Denk aan fietsstromen en de wensen van fietsers. Ook moet duidelijk zijn wat je met het fietspad wilt: een rechte lijn of ook kernen in de buurt aandoen. Financiering is een aparte kwestie. We moeten geld effectief besteden.”
     
  • www.fietsruggengraat-stedendriehoek.nl

Monitor woonkwaliteit in ontwikkeling

Jeroen ter Beek

Jeroen ter Beek studeerde niet alleen prima af op zijn onderzoek naar woonkwaliteit, de gelijknamige regiotafel was er ook heel blij mee. Het is namelijk de eerste stap op weg naar een monitor om de woonkwaliteit in buurten en wijken te volgen. En die kan dan weer bruikbare informatie opleveren voor het realiseren van een aantrekkelijk woon- en werkklimaat, vertellen lector John van den Hof en onderzoeksbegeleider Harry Hendriks van Saxion.

Jeroen ter Beek nam in Apeldoorn-Zuid het Rivierenwijkwartier en het Componistenkwartier onder de loep en in Deventer de buurt Rielerweg-West in Voorstad-Oost en Het Oostrik in Colmschate-Noord. Daarvoor bracht hij in kaart welke factoren de kwaliteit van de fysieke leefomgeving bepalen. Zo ontstond een checklist. Vervolgens vergeleek hij aan de hand van deze checklist objectieve, waarneembare feiten met de meer subjectieve beleving van bewoners.

“Je kunt de checklist voor elke wijk in Nederland gebruiken”, vertelt Jeroen. Het is een handig instrument om als gemeente de beleving van de woonkwaliteit positief en effectief te beïnvloeden. “Wat functioneert goed en welke factoren zijn urgent in de beleving van bewoners? Het is belangrijk om daarop in te zetten, om de woonkwaliteit positief en effectief te beïnvloeden.” Je kunt ook mooi vergelijken en leren: welke investeringsimpulsen werken het beste?

Tafels… hoe zit dat ook alweer?

De concrete uitvoering van plannen en projecten voor de regio gebeurt via de Tafels. Publieke, private en maatschappelijke partijen geven samen vorm en inhoud aan doelen of projecten van de Agenda Stedendriehoek. Zo dragen zij bij aan versterking van het vestigingsklimaat van de Stedendriehoek. Een Tafel wordt – afhankelijk van de opgave - aangestuurd door de Strategische Board of door de Wgr-Stedendriehoek (Wgr staat voor Wet gemeenschappelijke regelingen). De Tafel Woonkwaliteit is één van de tafels die nu ‘lopen’. In dit e-zine is ook meer te lezen over de Tafel vrijkomende agrarische bebouwing.

Toekomstbestendige steden

“Jeroen heeft een mooie nulmeting gedaan”, vindt onderzoeks-begeleider Harry Hendriks, in het Stadslab van Saxion in Deventer.
Dit is het ‘zenuwcentrum’ van onderzoeksprogramma De toekomstbestendige stad. Daar past het onderzoek dat Jeroen deed, dus prima in, vindt lector John van den Hof, die lid is van de Tafel Woonkwaliteit.

Voor de komende jaren is het ook voor de regio relevant welke investering nodig is om de woonkwaliteit in wijken toekomstbestendig te houden. Vandaar dat Van den Hof het onderzoek van Jeroen inbracht bij de Tafel Woonkwaliteit. Het zou mooi zijn, vinden hij en collega Hendriks, als het onderzoek van Jeroen jaarlijks herhaald kan worden. Dan kun je de checklist bijstellen en verder verfijnen om steeds betrouwbaardere parameters op te leveren die daadwerkelijk iets zeggen over (fysieke) woonkwaliteit.

John van den Hof
Tafel Woonkwaliteit

De Tafel Woonkwaliteit richt zich op het verbeteren van het woonklimaat in de Stedendriehoek. Woningcorporaties, banken, makelaars, ontwikkelaars, architecten en overheden zijn vertegenwoordigd. De Tafel houdt zich onder meer bezig met verkenningen naar de werking van de regionale woningmarkt en analyseert trends en ontwikkelingen. Doel is een kwalitatief woonbeleid stimuleren, door onderzoek te doen naar wat die kwaliteit bepaalt en naar nieuwe woonvormen, proefprojecten of verrijking van lopende projecten. Zo wil de Tafel input leveren voor de woonagenda Stedendriehoek.

Zo zou je vanuit een wetenschappelijke basis een monitor kunnen ontwikkelen die je regiobreed kunt inzetten. “Gemeenten hebben vooraf iets in handen om effectief te sturen op maatregelen die woonkwaliteit beïnvloeden”, denkt Van den Hof. “Je kunt er als het ware een verkeerslicht opzetten”, zegt Jeroen, die inmiddels Vastgoedkunde studeert. “Wat in de ene wijk goed werkt, zou je in de andere ook kunnen proberen. Ook kun je bijhouden welke investering wérkt.”

Saxion gaat voor de Tafel Woonkwaliteit waarschijnlijk een vervolgonderzoek doen in meerdere wijken in Apeldoorn. Ook de sociale en economische kant van woonkwaliteit wordt daarin meegenomen. Denk bijvoorbeeld aan de veiligheidsbeleving.

Harry Hendriks

Van foto naar film

Onderzoeksbegeleider Harry Hendriks: “Herhaal je dit onderzoek een aantal jaren, dan kun je het monitoringsysteem verfijnen. Dan krijg je ook goed inzicht in verschillen tussen wijken en hoe verschillende groepen bewoners hun woonkwaliteit waarderen. Zo maak je van een eenmalige foto van een wijk een complete film.”

“Met die informatie kun je als gemeenten met minder geld effectiever investeren”, vult John van den Hof aan. Nog een pluspunt: een monitor maakt een snelle analyse mogelijk. Nu nog een goede naam … Vooralsnog is de werktitel: kansenkaart. Want zo’n monitor moet natuurlijk geen doel op zich worden. “Het draait uiteindelijk natuurlijk niet om het instrument zelf, maar om een aantrekkelijke woonomgeving”, onderstreept de lector.

Lees meer …
  • Studenten van Saxion doen voor de Tafel Woonkwaliteit momenteel ook onderzoek naar innovatieve woon- en werkvormen in de regio en naar ‘leegstandtransformatie’.
  • Ook een onderzoek dat vanuit de Tafel Woonkwaliteit gaat lopen: privatisering van het beheer van de openbare ruimte.

Wat doen we met leegstaande boerderijen?

De missie van de Reizende Tafel die zich buigt over oplossingen voor vrijkomende, agrarische bebouwing in de regio? Het thema moet op de (politieke) agenda!

FOTO: GERARD HENDRIX (LINKS) EN JAAP STARKENBURG

Wie Hof te Oxe in Epse nadert, kan niet anders dan onder de indruk zijn van het prachtige landschap waarin deze oude, grote boerderij ligt. Weilanden, houtwallen, heggen en bos: het Sallandse coulisselandschap in optima forma.

Aan de boerderij zelf valt het achterstallig onderhoud op: een flinke renovatie en schilderbeurt zou voor het gemeentelijk monument geen overbodige luxe zijn. Huidige bewoners Marian en Victor houden Hof te Oxe wind- en waterdicht en maakten het pand binnen leefbaar voor hun gezin. Marian runt hier een paardenschool, Victor een werkplaats voor het maken van theaterdecorstukken. Ook verblijft een aantal zorgcliënten op het erf.

“We zijn ontzettend blij dat Marian en Victor kansen zagen op deze plek”, zegt Jaap Starkenburg, directeur van Stichting IJssellandschap. “Zij hebben van niets iets gemaakt.” Niettemin zou IJssellandschap graag een duurzame oplossing voor de langere termijn vinden voor leegstaande agrarische panden zoals Hof te Oxe. “Wij hebben in totaal drie van dit soort grote erven in bezit waarvoor wij een nieuwe functie zoeken.”

De stichting nam samen met Stichting IJsselhoeven het initiatief tot de Reizende Tafel. IJsselhoeven kampt namelijk met dezelfde problematiek, omdat deze stichting de prachtige boerderijen langs de IJssel in stand wil houden. Gerard Hendrix van de stichting: “Wij hebben één pand zelf verbouwd tot zorgboerderij en hebben ondervonden hoe lastig het is om zo’n nieuwe bestemming in praktijk te realiseren.”

Leegstand: urgent!

Regelgeving, financiën: IJsselhoeven kwam veel beren op de weg tegen. Reden om met Stichting IJssellandschap actief op zoek te gaan naar oplossingen vanuit de Tafel. En dat is hard nodig. “Leegstand komt in de nabije toekomst meer en meer op ons af”, is de stellige overtuiging van Starkenburg. “Toch staat dit onderwerp nog veel minder op de agenda dan leegstand van kantoren, bijvoorbeeld.”

Om verpaupering te voorkomen en juist kansen te benutten, is het zaak om nú na te denken over oplossingen. En waar kun je dat beter doen dan op de erven zelf? Vandaar de reizende opzet van de Tafel.

Bij de eerste excursie naar Hof te Oxe waren onder anderen van de partij: raadsleden, (landschaps)architecten, projectontwikkelaars, gemeenteambtenaren, gemeentebestuurders, landbouworganisatie LTO, Sallands Erfgoed, makelaars, zorginstellingen, Stichting IJssellandschap en Stichting IJsselhoeven.

Excursie twee gaat naar de Middenhof in Terwolde, die Stichting IJsselhoeven verbouwde tot zorgfunctie voor ‘s Heerenloo. Excursie nummer drie staat waarschijnlijk in het teken van een vrijkomend regulier agrarisch bedrijf uit de jaren zeventig, tachtig van de vorige eeuw. Hoe ga je daarmee om? Wellicht volgen in 2015 nog meer uitstapjes naar erven in de regio.

Belemmeringen

Wat zijn nu problemen waar ‘de markt’ tegenaan loopt? Dat rijtje is snel opgesomd. Allereerst belemmert regelgeving dat meerdere bewoners/gebruikers een pand delen. Verder is financiering lastig in de huidige markt. Plus: overheidsbeleid onderkent de omvang van het probleem niet en is ontwikkeld in een andere ‘vastgoedtijd’. Juist dat laatste is een struikelblok, signaleren Starkenburg en Hendrix.

“Het zou zo mooi zijn als we in de regio proeftuinen zouden kunnen realiseren”, vindt Starkenburg, “vergelijkbaar met wat de gemeente Deventer bijvoorbeeld in het Havenkwartier heeft gedaan.” (Hier krijgen bewoners, bedrijven, horeca en kunstenaars de kans om veel ‘vrijer’ te bouwen, red.). Voor Hof te Oxe is het plan gemaakt om er een outside society te realiseren, waarbij de bijgebouwen tot woon- en werkruimtes verbouwd kunnen worden. Dat soort ideeën heeft zeker toekomst, denkt Starkenburg.

Wie nu met een aantal gezinnen een boerderij zou willen verdelen in verschillende woonunits, of een combinatie wil maken met wonen en zorg, komt heel lastig verder met de plannen. Volgens geldende bestemmingsplanregels mag het niet, of mag de gemeente slechts een beperkt aantal woningen bijbouwen. Terwijl stichtingen als IJssellandschap en IJsselhoeven, maar ook marktpartijen dit soort ideeën juist zien als kans om cultureel erfgoed in stand te houden.

Graag gezamenlijke koers

“Ons doel is samen zoeken naar oplossingen”, vertelt Hendrix. “Het was lange tijd zo dat er door de overheid en de markt naar elkaar werd gewezen. Daar willen wij uit blijven in onze Tafeldiscussies. We zijn juist op zoek naar een gezamenlijke koers.” Waarin het duidelijk moet zijn dat je rechten en plichten evenwichtig kunt verdelen. Wie de kans krijgt om te wonen en/of te werken op een voormalig boerenerf, kan óók iets betekenen in het onderhoud ervan, schetst Starkenburg.

Eén van de conclusies van de eerste bijeenkomst was dat het goed zou zijn om de markt nog verder te verkennen: wat zóu er allemaal kunnen? Welke partijen kun je bij elkaar brengen? Ook werd duidelijk dat het inderdaad belangrijk is dat de politiek ‘iets gaat vinden’ van dit thema. Starkenburg: “Hoe wil je als lokale overheid omgaan met leegstaande boerderijen? Onze oproep: zet dit thema op de agenda en bespreek mogelijkheden!”

Beleef de Stedendriehoek

Herbestemming in de regio

  • Kerken, boerderijen, fabrieksgebouwen en stadhuizen: het zijn vaak beeldbepalende panden in een wijk, dorp of stad. Met één maar: ze komen steeds vaker leeg te staan. Om de cultuurhistorische waarde van dit soort gebouwen te bewaren, is er de Nationale Agenda Herbestemming. Zie www.herbestemming.nu voor inspirerende voorbeelden van gerealiseerde herbestemmingsprojecten. Welke voorbeelden zijn er in de Stedendriehoek?
Herbestemming: waarom?

Door herbestemming houd je niet alleen de historie levend, het kan ook antwoord bieden op vraagstukken als vergrijzing, krimp, duurzaamheid, innovatie, techniek, et cetera. Het Gelders Genootschap - een onafhankelijke adviesorganisatie voor ruimtelijke kwaliteit en cultuurhistorie – bracht een brochure uit over de kansen voor herbestemming.

Apeldoorn

Rob-Niemantsverdriet-102Q60.jpg

  • De Politieacademie huist in het voormalige aartsbisschoppelijke Klein Seminarie uit 1935. Bewoners, ondernemers en marktpartijen zijn betrokken bij het ontwikkelplan voor het industrieel erfgoed rond de oude Zwitsalfabriek. Eén van de nieuwe ‘bewoners’: de EnergieFabriek. Dit concept is gebaseerd op de nieuwe circulaire economie, waarin ook het opwekken en gebruiken van duurzame energie past.

Brummen

  • In Brummen dreigde het Landhuis Terre Neuve – een combinatie van een boerderij uit de zeventiende eeuw en een aangebouwd klassiek voorhuis in een parkachtige tuin - in verval te raken. Ontwikkelaar Hasseloo Monumenten maakte op eigen initiatief een herstemmings- en ontwikkelingsplan. De gemeente Brummen gaf ‘planologisch ruimte’, zodat er zeven appartementen in het oude huis kunnen komen. In een nieuw huis op het terrein komen er nog eens vijf. Actueel: aartsbisdom Utrecht maakt plannen om van de Brummense Sint Andreaskerk op termijn een gezondheidscentrum te maken, omdat de kerkgemeenschap te klein wordt om het gebouw als kerk in stand te houden.

Deventer

Rob-Niemantsverdriet-118Q60.jpg

  • Ook Deventer kent een reeks herbestemmingsvoorbeelden. Zo werd het voormalige industriegebied Raambuurt – in de ring rond de historische binnenstad – getransformeerd tot woon- en werkgebied. Met behoud van het historische stratenpatroon en karakteristieke industriële monumenten is een compleet nieuwe wijk gebouwd. In het Havenkwartier zijn industriële panden – zoals een aantal voormalige havenloodsen – gehandhaafd. Het is hier ‘mix to the max’: nieuwe bewoners kregen veel vrijheid om hun woon/werkhuis naar eigen idee te bouwen. Zo ontstond een combinatie van oud en nieuw, waar kunstenaars, ondernemers en bewoners zich prima thuis voelen. Het voormalige Sint Jozefklooster is nu gezondheidscentrum. Tijdens de restauratie werden historische elementen en de oorspronkelijke architectuur weer zichtbaar gemaakt.

Epe

  • Waar college en raad ooit vergaderden, kun je straks borrelen … In Epe wordt het oude gemeentehuis zeer waarschijnlijk grandcafé. De monumentencommissie van Epe is akkoord met de verbouwingsplannen, alleen de welstandscommissie moet nog instemmen.
  • Net als in andere delen van de regio, kent de gemeente Epe ook leegstaande kantoorpanden. In het centrum geldt dat bijvoorbeeld voor een kantoorcomplex die deel is van het seniorenappartementencomplex De Lindehove. Om voldoende zorgvoorzieningen te bieden voor de groeiende groep senioren in Epe, wordt nu gedacht aan herbestemming van de kantoortoren: hier zouden woningen kunnen komen voor ouderen. Zo denken meer gemeenten na over slimme combinaties van ‘vraag en aanbod’.

Lochem

  • In Gorssel kreeg het Tramstation Gorssel al drie jaar geleden een herbestemming. Waar ooit de stoomtramlijn Deventer-Zutphen stopte, stond sinds 1925 een station dat gebouwd werd in een stijl met chaletachtige kenmerken. Nu vind je er twee expositieruimtes en een documentatieruimte.
     

_MG_2474Q80.jpg

  • In 2015 opent in het Gorsselse het Museum More voor modern realisme. Hans Melchers, eigenaar van de Nederlandse schilderijen uit de collectie van Dick Scheringa (DS Art collectie) gaf Hans van Heeswijk architecten opdracht om het voormalige gemeentehuis van Gorssel te verbouwen. Het monumentale deel uit 1914 blijft intact; er worden nieuwe delen bijgebouwd.
     
  • Een heel ander voorbeeld uit de gemeente Lochem: de restauratie en verbouwing van Erve ’t Hasselo. Dit is een van de oudste boerderijen in Lochem. Inmiddels is Hasselo woonhuis met kantoor. Lees ook het artikel over de Tafel vrijkomende agrarische bebouwing in dit e-zine.

Voorst

  • Wie Voorst zegt, zegt herbestemming. Véél voorbeelden in die gemeente. Zo hebben oude panden aan de Terwoldse Bandijk nieuwe functies gekregen, zoals een boerderijwinkel en een recreatiewoning. Landgoed Klarenbeek wordt gerestaureerd en krijgt veel functies: trouwkapel, restaurant, bed & breakfast, theeschenkerij, ambachtelijke meubelmakerij en congresruimte. Op landgoed De Poll wordt de voormalige doorrijschuur verbouwd tot kantoorruimte en in huisje Sonnenberg nabij De Nijenbeek komt een bezoekerscentrum. Planvorming en restauratieplannen zijn in de maak. Zo zijn veel meer geslaagde projecten te noemen. Voor een aantal kerken, de oude houtzagerij aan de Wilpsedijk, landgoed de Grote Noordijk en de voormalige rioolzuivering aan de Vollehandsweg wordt nog gezocht naar herbestemming.
     
  • Eén van de steenfabrieken (even buiten Terwolde) kreeg overigens al jaren geleden een herbestemming: het werd een recreatiepark. Meer weten over de historie? Kijk dan hier.

ZUTPHEN

Rob-Niemantsverdriet-45Q80persp.jpg

  • In Noorderhaven – achter het station in Zutphen – wordt flink gebouwd. Tussen de nieuwe woningen, staan nog gebouwen ‘van toen’. Zo huist in het Pakhuis en de naastgelegen Broodfabriek nu het Cleantech Center. Lees hier het artikel waarin Henk Janssen vertelt over de transformatie van industrieel erfgoed tot modern centrum. De pakhuisuitstraling is gebleven, net als de eind 19-eeuwse inpandige staalconstructie die volop zichtbaar is. Duurzame en innovatieve technieken zijn gebruikt voor de renovatie.

Omgevingsagenda: focus op Cleantech Regio

  • De Omgevingsagenda is – in concept - klaar! Deze maand volgt bespreking in Gedeputeerde Staten, Strategische Board en de Bestuurlijke Carrousel. Daarna worden gemeenteraden, Provinciale Staten en ondernemersverenigingen geconsulteerd. Jan Markink, Hans van der Hoeve en Wim de Blok kijken namens Provincie Gelderland, regio Stedendriehoek en Strategische Board terug op een proces van co-creatie.
     
  • Waar vinden provincie, regio en regiopartners elkaar in een gezamenlijke ambitie? Wat hebben zij van elkaar nodig? En is er méér nodig dan de lopende activiteiten? Belangrijke startvragen voor het maken van de Omgevingsagenda. Het antwoord: focus op de Cleantech Regio. De inzet van de Omgevings-agenda:

- versterking van de schone en groene leef- en werkomgeving
- versterking van de economie door innovatie en realiseren van de duurzaamheidsambitie

  • Dit doen de vier O’s (overheid, onderwijs, onderzoek en ondernemers) samen, zowel binnen als buiten de regio.

Zes ambities

1 In 2030 is de Stedendriehoek energieneutraal

  • Een schaalsprong is nodig: we zetten in op zon, wind, besparingen en benutting van restwarmte. Het winnen van de Eo Wijers-prijsvraag is een steun in de rug. 
  •  

2 We investeren in binnensteden en dorpskernen om zo het vestigingsklimaat voor mensen en bedrijven te versterken

  • We geven prioriteit aan plekken die door leegstand of verloedering het functioneren van steden en dorpen bedreigen. We zetten in op levendige steden en kernen, een goed verblijfsklimaat en het aantrekken en behouden van Cleantech-bedrijven. 
  •  

3 we realiseren een schoon mobiliteitssysteem

  • We blijven werken aan goede bereikbaarheid. We verbinden de mobiliteitsagenda en de Omgevingsagenda om te komen tot een schoon mobiliteitssysteem.
  •  

4 We zetten in op innovatie

  • Bedrijven zien dat hun prestaties verbeteren door het vergroten van de productiviteit en efficiënter werken, waarbij zij energieverbruik en afval verminderen. De overgang naar een energieneutrale regio vraagt om nieuwe toepassingen, producten en verdienmodellen. Kennisuitwisseling binnen en buiten de regio helpt daarbij: daarom participeren partners in de regio in (inter)nationale kennisnetwerken.
  •  

5 We verbeteren de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt

  • Goed gekwalificeerd personeel is basisvoorwaarde voor bedrijven om goed te presteren: het akkoord van Beekbergen geeft hier invulling aan. Daarbinnen leggen we de prioriteit op Cleantech en internationalisering.
  •  

6 We gaan van ‘onbewust Cleantech’ naar ‘bewust Cleantech Regio’

  • De Stedendriehoek is zichtbaar, wordt herkend en erkend.

Vliegwielprojecten

  • De Omgevingsagenda benoemt vliegwielprojecten die door de vier O’s worden uitgevoerd. Die moeten het verschil gaan maken. De Omgevingsagenda is geen statisch document: er zullen de komende jaren steeds nieuwe projecten bijkomen. Voor 2015 staan de volgende vliegwielprojecten op stapel.
     

1 Energietransitie bottum up realiseren

  • De Tafel Energie krijgt de opdracht om de energietransitie in de regio te versnellen.
Lees meer

Om in 2030 energieneutraal te zijn, is versnelling nodig van de energietransitie. Leren van bestaande initiatieven en bij succes ‘opschalen’, is het uitgangspunt. Er zijn allerlei projecten benoemd rondom besparing, productie van schone energie, energieneutraal bouwen. Ook: Cleantech-doelstellingen worden benoemd in het aanbestedingsbeleid van overheden. Deelname aan de Eo Wijers-prijsvraag die de Stedendriehoek won, wordt gestimuleerd.

2 Cleantech-development

  • Cleantech-initiatieven moeten beter verbonden worden: een gezamenlijke programmering in de Cleantech-agenda en coördinatie vanuit één centrum helpen daarbij.
Lees meer ...
Er zijn allerlei Cleantech-initiatieven, -organisaties en projecten. Om daar alles uit te halen, is betere verbinding nodig. Doel is een gezamenlijk programma te maken (de Cleantech-agenda) en uitvoering van die agenda ook te coördineren (in welke vorm dan ook). Krachten bundelen is het adagium. Verder zijn deelprojecten benoemd voor circulaire economie, verduurzaming en energiebesparing, de mogelijkheid van een Cleantech-campus en acquisitiebeleid om Cleantech-bedrijven naar de Stedendriehoek te trekken.

3 Toekomstbestendige binnensteden en dorpskernen

  • Er zijn hiervoor drie deelprojecten benoemd: leegstand vastgoed en herontwikkelingslocaties strategisch aanpakken, een programma met projecten/herontwikkelingslocaties die prioriteit krijgen en verbetering van het verblijfsklimaat in binnensteden en dorpen.
Lees meer ...
Strategisch ingrijpen in de vastgoedmarkt is nodig omdat het structurele karakter van leegstand in sommige delen van de regio negatieve gevolgen heeft. Niet alleen voor het vestigingsklimaat, ook voor bewoners en bedrijven. Ook nodig: prioritering van essentiële herontwikkelingslocaties en afspraken maken over de kwalitatieve programmering.

Aanpak van de openbare ruimte, bereikbaarheid van voorzieningen en levendigheid stimuleren: dat zijn de ingrediënten voor versterking van levendige binnensteden en actieve dorpskernen.

4 Cleantech icoon A1

  • Er zijn veel ideeën om de A1 tot icoon van duurzaamheid te maken. Diverse partijen tonen zich betrokken, maar vinden op dit moment geen platform waar zij met hun plannen en ideeën terecht kunnen. Verbinding is nodig.
Lees meer ...

Leidend voor de inpassing van de A1 is het opwekken van duurzame energie, schone technologie, duurzaam watergebruik, versterking van het landschap en het recreatief/toeristisch opwaarderen van de A1-zone. Hiervoor hebben diverse partijen veel ideeën, die verbonden kunnen worden. Zo kan de A1 de etalage worden van de Cleantech Regio. 

Lees meer …

In Gelderland werd in juli de Omgevingsvisie vastgesteld. Die omvat zes ‘gebiedsgerichte opgaven’ voor die gebieden die van economisch belang zijn voor Gelderland. De complexiteit van de vraagstukken in deze gebieden vraagt bovendien om focus en een integrale aanpak (co-creatie). Eén van de gebieden is het stedelijk netwerk van de Stedendriehoek.

Samen hebben Provincie Gelderland, de Strategische Board Stedendriehoek en de regio Stedendriehoek vervolgens de Omgevingsagenda voor de Stedendriehoek gemaakt. Deze maand volgt besluitvorming door Gedeputeerde Staten, Strategische Board en de bestuurlijke carrousel. Daarna worden de gemeenteraden, Provinciale Staten en ondernemersverenigingen geconsulteerd.

Hans van der Hoeve, lid dagelijks bestuur:
  • “De Stedendriehoek floreert als nooit tevoren, dat vind ik echt.” Hans van der Hoeve kijkt met trots terug op de totstandkoming van de Omgevingsagenda. Een prima voorbeeld van wat je met overheden, onderwijs en ondernemers samen kunt bereiken. En met het resultaat is hij óók meer dan tevreden. “De keuze voor Cleantech biedt focus en de ambities en vliegwielprojecten zorgen voor helderheid voor onze opgaven.” Van der Hoeve hoopt dat de Stedendriehoek zich als Cleantech Regio ook prominenter kan positioneren en profileren. “Nu staan we voor de uitdaging om met de vliegwielprojecten aan de gang te gaan. Dat worden hopelijk aansprekende voorbeelden.”

  • Met één van die vliegwielprojecten - ‘cruciale plekken ontwikkelen’ – is Van der Hoeve zeker blij. “Voor een sterk vestigingsklimaat hebben we een adequaat woonprogramma nodig dat niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief wordt ingevuld. Als gemeenten hebben we meer ruimte nodig om in onderling overleg op goede locaties toch te kunnen ontwikkelen. Denk aan leegkomende panden. Daar hebben wij als regio ook al nadrukkelijk voor gepleit in het opstellen van de Omgevingsvisie.”
Hans van der Hoeve, burgemeester van Epe, in het dagelijks bestuur van regio Stedendriehoek vicevoorzitter en portefeuillehouder regiocontract en leefomgeving.
Wim de Blok, lid Strategische Board:
  • “De focus op Cleantech schept duidelijkheid”, vindt Wim de Blok. Terugkijkend op gezamenlijke route om tot de Omgevingsagenda te komen merkte hij op dat zowel regio als Strategische Board als provincie goed uit de voeten kunnen met Cleantech. “Er ontstaat meer energie door duidelijkheid over de koers.”

  • Nu is het zaak om het programma dat voortkomt uit de Omgevingsagenda meer inhoud te geven. “Overheid, onderwijsinstellingen en ondernemingen kunnen in clusters samenwerken”, legt De Blok uit. Denk aan clusters transport, energie, water of landbouw. In elk van die clusters kunnen de drie O’s samen economische groei realiseren, is zijn stellige overtuiging. En daar gaat het toch vooral om. “Ik zeg altijd maar: economische groei, dat zijn geen vieze woorden. Als het maar ‘schone’ economische groei is. Meer doen met minder.”

  • De nu uitgezette koers ook vásthouden, daar komt het nu op aan vindt De Blok. “De vliegwielprojecten moeten voorbeelden worden waardoor Cleantech ook meer gaat leven.” Wat daarbij hoort: goed van je laten horen. “We mogen best wat trotser zijn op onze regio.”
Wim de Blok is namens werkgeversorganisatie VNO-NCW lid van de Strategische Board Stedendriehoek.
Jan Markink, gedeputeerde:...
  • Net als de Omgevingsvisie, die Gelderland samen met ‘de samenleving’ maakte, is ook de Omgevingsagenda een co-creatieproduct. En zo moet het ook, vindt Jan Markink. “Het heeft geen enkele zin om als overheid met een visie of agenda in de hand achterom te kijken en te merken dat niemand je volgt.”
     
  • Het was leren met elkaar, merkte Markink, om de gezamenlijke prioriteiten op tafel te krijgen. Terugkijkend ging dat best soepel. “Het voelt voor mij echt als een gezamenlijk doorlopen traject. Het is goed gelukt om samen handen en voeten te geven aan de opgaven voor de Stedendriehoek.”
     
  • Winst is wat Markink betreft de gemeenschappelijke paraplu: Cleantech Regio. “Tijdens dit proces om tot de agenda te komen is de regio volgens mij van onbewust Cleantech nu bewust Cleantech geworden”, signaleert hij. “Nu is het zaak om vanuit die focus ook gezamenlijk te blijven optrekken.” Door te beginnen met projecten en thema’s “waar veel energie op zit”, is de kans op succes het grootst, denkt Markink.
Gedeputeerde Jan Markink van Provincie Gelderland is adviserend lid van het dagelijks bestuur van de regio Stedendriehoek.
Meer over totstandkoming Omgevingsagenda

Hoe is de agenda tot stand gekomen? Procesmanagers Carine Verheggen (provincie), Rob van Beek (regio Stedendriehoek) en Luc Pennings (Strategische Board Stedendriehoek) brachten dé thema’s voor de Stedendriehoek in kaart. Die zijn samen verder uitgewerkt, onder meer tijdens een werkbijeenkomst voor ambtenaren, ondernemers en onderwijs op 25 september. Werkende weg meldden zich diverse stakeholders die ook meedachten. Een goede ontwikkeling omdat de Omgevingsagenda geen statisch document moet zijn.

Begin oktober volgde een bestuurlijk ‘benen op tafel’-overleg met provincie, regio en Strategische Board. De conceptagenda wordt eind 2014 vervolgens besproken in het dagelijks bestuur van de regio Stedendriehoek, de Strategische Board en het college Gedeputeerde Staten. Daarna volgt in 2015 consultatie door Provinciale Staten en gemeenteraden.

“Brussel is geen buitenland, we zijn het zelf”

Programmaleider Public Affairs van provincie Gelderland Peter Papegaaij geeft regelmatig een ‘weerbericht’ af aan bestuurders en ambtenaren van de provincie. En dat wil hij best delen met de regio Stedendriehoek. Over do’s & don’t’s in lobby en actuele Europese thema’s.

Peter Papegaaij is de ‘verbindingsofficier’ tussen lobbyisten die in Den Haag en Brussel werken en bestuur en management van de provincie Gelderland. Dat betekent enerzijds nieuws uit Brussel naar Arnhem brengen, maar vooral ook in het Huis der Provincie zorgen dat bestuurders en ambtenaren hun doelen scherp hebben. Belangrijk daarbij: niet Europa of Europese regels willen veranderen, maar slim inspelen op ontwikkelingen. “Alles draait om invloed”, onderstreept Peter Papegaaij. En invloed kun je ook in Brussel zeker hebben, al is die meestal wel klein. 

Allianties zoeken

Wat natuurlijk ook helpt: samen optrekken. “Allianties zoeken om samen je doel te bereiken. Kijkend naar oostelijk Nederland en de regio Stedendriehoek hebben we zelden tegenstelde dossiers, maar wel leggen alle spelers eigen accenten.”

Zo werken provinciale lobbyisten samen in Brussel in het Huis van de Nederlandse Provincies en kennen ook regio’s als de Stedendriehoek accountmanagers voor lobbywerk. Ook grotere gemeenten hebben lobbyisten in Brussel zitten. Apeldoorn heeft als enige gemeente in de Stedendriehoek sinds kort een eigen lobbyist voor Europa, vertelt Papegaaij.

“Ik zeg hier in huis (het Huis der Provincie in Arnhem, red.) altijd: als bestuurder heb je politiek weinig te zoeken in Brussel en tóch moet je er regelmatig naartoe gaan. Het is van allebei een beetje. Je moet vooral zelf weten wat je doelen zijn: het begint dus thuis. In Brussel draait alles om inhoud. Invloed heb je daar op basis van gezag. Voor Brussel is samenwerking de basis, want zoveel ambtenaren zijn er niet. Die kunnen het niet alleen, die hebben ondersteuning nodig bij het schrijven van beleid. De Europese Commissie vraagt altijd om input en wil juist weten wat de regionale, lokale betekenis is van Europees beleid. Vergeet niet: Brussel is geen buitenland, we zijn het zelf.”

Peter Papegaaij

Als klein radertje toch invloed

Natuurlijk: als regio, provincie of Nederland ben je een klein radertje in het grote ‘circus’ Europa. Toch kun je, door op het juiste moment op de juiste plek te zijn wel degelijk ‘meedoen’.

Zo werd gedeputeerde Hester Maij (Landelijk gebied en Culturele Infrastructuur) van provincie Overijssel als lid van het Europees Comité van de Regio’s gekozen tot rapporteur biologische landbouw, illustreert Peter Papegaaij.

“Daar gaat wel veel werk aan vooraf. Naar Brussel, contacten opbouwen en vooral ook mensen meenemen naar Brussel die verstand van zaken hebben. Voordeel van zo’n rol is dat je tijdig betrokken bent bij beleidsvorming en de regionale impact van nieuwe regelgeving goed kunt inschatten en meenemen in je eigen provinciale en regionale beleid.” Belangrijk, want Brussel ‘even bijsturen’, is lastig. Alleen al vanwege de meerjarige cycli die Europa kent: voor de politiek is die vijf jaar, de financiële cyclus loopt zeven jaar en de meerjarenbegroting kent een basis van tien jaar. “Hoe eerder je anticipeert op wat komen gaat, hoe beter het is.”

Vandaar dus ook het ‘weerbericht’ dat Peter Papegaaij regelmatig afgeeft. “Let wel: het is geen voorspelling”, onderstreept hij, “maar een verwachting.” Wat zijn dan dé thema’s? “Werk, innovatie en duurzaamheid”, is de snelle opsomming. “De komende periode zal veel nadruk liggen op economie (werk en crisis), energietransitie en veiligheid. Ook zal er veel aandacht zijn voor de ontwikkeling van de Europese Unie zelf.” Dus ook betere regelgeving, waar Timmermans zich als Eurocommissaris over mag buigen.

Energietransitie > Cleantech

Na de klimaattop eind oktober is de energietransitie belangrijker geworden, signaleert Papegaaij. Niet alleen vanuit klimaatoogpunt bezien, ook vanuit economische en geopolitiek perspectief. “Dat heeft ook voor Nederland effect, zie het energieakkoord. Zoiets biedt kansen, gezien de ambitie van de Stedendriehoek om energieneutraal te worden en de profilering als Cleantechregio.”

Die kansen kunnen zich vertalen in helpende regelgeving en geld. “Vanuit de Europese fondsen is geld beschikbaar voor projecten die de energietransitie ondersteunen.” Smeed het ijzer dus als het heet is, adviseert Papegaaij. Breng Cleantech en de programma’s en projecten die daaruit voortkomen, vooral in. Zoek de juiste contacten en netwerken en stel dan vooral ook als eerste de juiste vraag: wat kan ik voor ú betekenen? Dat is namelijk les één in het lobbywerk. “Altijd scherp hebben wat je voor de ander kunt doen. En vergeet niet: veel Europees geld vanuit fondsen als EFRO, POP, Interreg, ESF is al in Nederland.” Zorg dus vooral dat je die eerst scherp op je netvlies hebt, adviseert Papegaaij.

Europese regelgeving wordt soms als belemmerend ervaren, maar de ervaring van Papegaaij is dat er soms meer ruimte is dan je denkt. Neem bijvoorbeeld ‘staatssteun’. “Vanuit Gelderland zijn onze juristen heel wat in Brussel geweest om daarover te spreken. Dan blijkt dat er meer mag dan overheden zelf vaak denken. Dat ontdek je als je Brussel begrijpt en dat lukt alleen als je er wel eens komt en meedoet in netwerken. Brussel is meedoen.” Dat geldt ook wat betreft het halen en brengen van kennis. “Je kunt veel leren van wat andere regio’s in Europa doen.”

Lees meer …

Lees hier meer over Europees geld voor Oost-Nederland. Peter Papagaaij: “De 100 miljoen euro die in dit artikel wordt genoemd is het budget van het nieuwe EFRO-programma tot 2021. Vorige week is het programma van Oost-Nederland (als eerste) door de EU goedgekeurd. Ook in dit programma is ruimte voor Cleantechprojecten.”

Het Dagelijks Bestuur van regio Stedendriehoek bracht afgelopen najaar een bezoek aan Brussel

Urban agenda

Een actueel thema: de zogenoemde Urban Agenda. In 2016 is Nederland voorzitter van de Europese Unie. Nederland anticipeert daar landelijk al op met de ‘Agenda Stad’. De agenda’s moeten grotendeels nog geladen worden met concrete onderwerpen en dat biedt kansen voor provincies, regio’s en steden. “’Stad’ moet je in dit verband lezen als ‘gebied’”, verduidelijkt Papegaaij.

Om de juiste input te kunnen leveren is het vooral zaak dat je als regio goed weet wat je wilt, herhaalt hij nog maar eens. “Lobby begint met je huiswerk maken: weten wat je wilt. Wat wil je dus graag op die agenda hebben en wat heb je omgekeerd nodig uit Brussel om je agenda uit te voeren?” Belangrijk is ook je te realiseren dat de Stedendriehoek voor Den Haag en betrokken provincies weliswaar een ‘regio’ is, maar niet voor Europa.

“Of de Stedendriehoek in zichzelf zo’n stedelijk gebied is waar de Urban Agenda over gaat, weet ik niet. De Stedendriehoek moet in elk geval wel haar punten naar voren brengen. En er is niemand die beter weet wat die punten zijn, dan de regio zelf. Daarom is krachten bundelen met méér regio’s, landsdelen en landen dus een goede zaak. Het zou goed zijn om met de stedelijke gebieden in Oost-Nederland een agenda te maken”, denkt Papegaaij. In Gelderland werken de provincie en de vier grote steden, waaronder Apeldoorn, hier al aan. “Het is aan ons om te voorkomen dat de Nederlandse Urban Agenda alleen over de Randstad gaat.”

Vooruit: een laatste tip. “Begin gewoon in de Stedendriehoek zelf en nodig ‘Europa’ thuis uit. Maak jezelf zichtbaar. En zorg omgekeerd dat je ook in Brussel bent op de goede plekken met je verhaal.” Contacten opbouwen in en met Europa is een kwestie van lange adem. “Maar vergeet niet dat Brussel nu al begint na te denken over het programma vanaf 2021.”

Bureaunieuws
Hans van Bolderen

Hans van Bolderen nu coördinator Tafels Leefomgeving


  • “Ik ben beleidsontwikkelaar ruimtelijke ordening en cultuurhistorie bij de gemeente Epe. Momenteel ben ik onder meer bezig met de actualisatie van het bestemmingsplan voor het buitengebied van Epe en de ontwikkeling van een aantal nieuwe landgoederen.
    Sinds afgelopen september ben ik voor de regio actief als coördinator van de Tafels Leefomgeving. Ik ben aanspreekpunt voor de tafelsecretarissen, jaag aan waar nodig en ben verbinder tussen Tafels en ambtenaren en bestuurders. Op termijn hoort ook de coördinatie van nieuwe initiatieven tot mijn taak. Ik zie het als een uitdaging om kansen te benutten die de samenwerking tussen publieke en private partijen oplevert voor de kwaliteit van de leefomgeving in de Stedendriehoek.”
Maikel Swaters

Maikel Swaters nieuwe programmamanager Regiocontract


Maikel Swaters is de nieuwe programmanager van het Regiocontract waarmee provincie Gelderland in de periode 2012-2015 ruim veertien miljoen euro investeert in de regio. Maikel bewaakt dat projecten en programmadoelen goed aansluiten en regisseert de voortgang.

  • Maikel is geen onbekende in de regio. Sinds 2013 voert hij het programmamanagement voor het deelprogramma Sociale Kracht (ook onderdeel van het Regiocontract). Bij gemeente Brummen is hij programmamanager van ‘de drie decentralisaties’.
     
  • “Het programmamanagement van het Regiocontract is een mooie kans om bij te dragen aan de economische en sociale ontwikkeling van steden, dorpen en het landelijk gebied in onze regio”, vindt Maikel. “Ik wil de komende periode nog sterker inzetten op verbinding van alle projecten met de ambitie om een sterk vestigingsklimaat te realiseren. Projectleiders behalen met hun samenwerkingspartners belangrijke resultaten. Die gaan we meer laten zien.”
     
  • Richting een mogelijk nieuw Regiocontract vanaf 2016, gaat Maikel samen met regiocoördinatoren, gemeenten en provincie aan de slag om tot een nieuw programma te komen.
Gea Rooks

Gea Rooks: accounthouder regio provincie Overijssel


  • “Ruimtelijke ontwikkelingen die ook voor provincie Overijssel belangrijk zijn: daarover voer ik als accounthouder overleg met de gemeenten Deventer, Zwolle en Kampen. Gezien de ligging van Deventer ben ik actief voor de regio Stedendriehoek. Steeds vaker draait het om economische ontwikkelingen die ruimtelijk impact hebben en vragen om visievorming voor ruimte, water of bereikbaarheid. Ook concrete initiatieven en gebiedsvisies die het provinciaal (ruimtelijk) belang raken, bespreken we in een zo vroeg mogelijk stadium om alle belangen tijdig en integraal mee te wegen. Ik kijk uit naar een plezierige samenwerking!”
     
  • Gea werkt bij de eenheid Ruimte en Bereikbaarheid van de provincie Overijssel en is van maandag tot en met donderdag bereikbaar via (06) 10804767 of g.rooks@overijssel.nl. Gea volgt Trijnie Drent op.
Herma Harmelink

Herma Harmelink volgt Ellen Luten op


  • “Sinds 1 juni ben ik p
    rogrammamanager Economie bij de Gemeente Apeldoorn én regiocoördinator overheden voor de Board van de Stedendriehoek (opvolger Ellen Luten, regiocoördinator Innovatie en Sociaal Kapitaal). De afgelopen vijftien jaar heb ik veel projecten opgezet om de lokale en regionale economie te stimuleren door samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs.
    Met deze kennis en ervaring kan ik de Stedendriehoek ondersteunen bij het opzetten van samenwerkingsprojecten van overheid, onderwijs en bedrijfsleven en hoop ik de samenwerking tussen verschillende organisaties in de regio te versterken. Ik kijk er naar uit om hiermee aan de slag te gaan!”
COLUMN: OP DE BANK BIJ... ANK BIJLEVELD

Grenzeloos samenwerken?

Ank Bijleveld

Commissaris van de Koning in Overijssel Ank Bijleveld laat in deze column haar licht schijnen over samenwerking in en tussen provincies. Zij vindt de Stedendriehoek een mooi voorbeeld van ‘over de grenzen’ heen samenwerken. 

Met de grote decentralisaties liggen er nieuwe en zware taken op het bord van de gemeentebestuurders. Bij de uitvoering ervan staat goede dienstverlening aan de inwoners centraal. Om die dienstverlening te verbeteren kan samenwerking tussen overheden onderling een krachtig middel zijn. Maar er zijn nog veel meer redenen te bedenken om onderling samen te werken. Immers: twee kunnen meer dan één.

Hoe zit het in Overijssel? Wordt er veel samengewerkt? Op welke terreinen? Vanuit mijn verantwoordelijkheid als kwaliteitsbewaker van het bestuur in Overijssel heb ik vorig jaar eens onderzocht hoeveel intergemeentelijke samenwerkingsverbanden er in de provincie zijn. Dat zijn er meer dan je zult denken: namelijk 74. Het gaat van stedelijke regio’s zoals de Stedendriehoek tot veel kleinere verbanden. Van gezamenlijke inkoop en personeelsbeleid tot een volledig gedeelde bestuursorganisatie, zoals in Tubbergen-Dinkelland of Ommen en Hardenberg. Aan de meeste samenwerkingen liggen de 5 K’s ten grondslag: kosten, kwaliteit, kwetsbaarheid, kracht en kansen. 

De twaalf provincies onderkennen de kracht van samenwerken in hun toekomstvisie Kompas 2020. De provinciegrens moet geen beperkende rol meer spelen binnen samenwerkingen. De opgave staat centraal, samen met de natuurlijke verbanden, gezien vanuit de patronen van de inwoners. De samenwerking binnen de Stedendriehoek vind ik hiervan een mooi voorbeeld ‘avant la lettre’. Met die opgave centraal, worden nut en noodzaak van samenwerking steeds duidelijker. Waar het nuttig en noodzakelijk is: doen. Waar het dat niet is: niet aan beginnen. 

Vanuit mijn eerder genoemde kwaliteitsbewakende rol zal ik aandacht hebben voor twee belangrijke dingen. Ten eerste kijk ik of iedereen mee kan doen en of er geen gemeenten buiten de boot vallen. Wat ik ten tweede erg belangrijk vind, is de democratische legitimatie. Bij samenwerking komt de gemeenteraad meer op afstand, hoe je het ook wendt of keert. Dit beeld kwam onder meer naar voren uit de landelijke enquête die begin 2014 in opdracht van Raadslid.nu onder raadsleden werd gehouden. Hiervoor zal ik extra aandacht hebben, en dat zal ik bij mijn ambtsbezoeken en mijn gesprekken met de gemeenteraden steeds onderzoeken. Wat we voor onze inwoners doen, doen we ten slotte niet alleen namens, maar vooral ook mét hen. Dus samenwerken? Wat mij betreft niet grenzeloos. Maar zeker wel grensontkennend!

Drs. Ank Bijleveld-Schouten
Commissaris van de Koning in de provincie Overijssel

Colofon

Online Magazine Driehoeksverhouding

  • De Driehoeksverhouding is een uitgave van de regio Stedendriehoek en verschijnt driemaal per jaar.
  • Het e-zine wordt toegezonden aan bestuurders en ambtenaren in de regio Stedendriehoek, (maatschappelijke) organisaties, ondernemers, (onderwijs) instellingen die op het niveau van de Stedendriehoek werken, en aan iedere andere geïnteresseerde.

 

Voor informatie:
Bureau Stedendriehoek
Telefoon: (0570) 69 42 88
E-mail: info@regiostedendriehoek.nl
Twitter: https://twitter.com/regio_S3H
Web: www.regiostedendriehoek.nl

  • Tekst:
  • Anne-Marie Veldkamp Journalistiek & Communicatie en Janneke Panneman, Gülay Yildirim en Gerardy Hulsbergen (Bureau Stedendriehoek)
     
  • Eindredactie:
  • Janneke Panneman, Bureau Stedendriehoek
     
  • Foto’s:
  • Erwin Zijlstra (EZ fotografie), Rob Niemantsverdriet, Jeroen Jazet, Anne-Marie Veldkamp Journalistiek & Communicatie, Bureau Stedendriehoek
     
  • Realisatie & vormgeving:
  • Peter Dees, ZinOntwerpers (Zwolle)
     
  • Tips? We hebben ons uiterste best gedaan om een prettig, leesbaar magazine te maken. Suggesties voor verbeteringen zijn uiteraard welkom. Dit kan via bovenstaand emailadres. 
. . . . . . . . . . . . . . . . . .